‘Maar intelligentsia is voor’

Analyse Stemming onder Oekraïeners De uitslag van het referendum schokt Kiev nog niet. Dankzij media-aandacht hadden Oekraïeners goed inzicht.

In Nieuwerkerk aan de IJssel eten Oekraïense jongeren samen, nadat ze geprobeerd hebben mensen te overtuigen voor het verdrag te stemmen.

Naarmate het uur U van het referendum naderde, werd de spraakmakende gemeente in Oekraïne rustiger. De late nieuwsuitzendingen hadden weliswaar veel aandacht voor het plebisciet. Talrijke televisiekanalen, bijna allemaal in handen van een of andere belangrijke zakenman, hadden ploegen naar Nederland gestuurd. Hun reportages openden de meeste journaals. Maar om negen uur gingen de nieuwszenders over tot de eigen orde van de dag.

Toen in Nederland de stembussen dichtgingen en de NOS de eerste exit-poll bekendmaakte, werden de Oekraïense burgers eerst geïnformeerd over de politieke situatie in het eigen en het buurland. In Oekraïne was ook gisteren nog volop aandacht voor de Panama Papers, waaruit blijkt dat president Petro Porosjenko zijn snoepconcern Roshen, in afwachting van een beloofde verkoop, offshore op afstand heeft gezet op de Maagdeneilanden. Ook de oorlogszuchtige taal van de Russische parlementsvoorzitter Sergej Narysjkin was belangrijker. Doema-voorzitter Narysjkin had gisteren tegen een Duitse gast gezegd dat de Russische krijgsmacht het buurland Oekraïne in „twee, drie, maximaal vier dagen” onder de voet zou kunnen lopen, als Moskou dat zou willen. Het deed Oekraïeners denken aan Pavel Gratsjov, de voormalige Russische minister van Defensie die in 1994 voorspelde dat het Russische leger de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny in 36 uur zou hebben veroverd. De strijd om die stad zou 36 maanden duren.

Maar na een kwartier meldde de correspondent van de nieuwszender 112 vanuit Amsterdam dan toch de eerste prognose. In de studio zat de rechts-nationalistische politicus Oleg Tjagnibok. 112 is in Oekraïne niet onomstreden. Het kanaal had ooit banden met toenmalig minister Vitali Zachartsjenko van Binnenlandse Zaken, die later verantwoordelijk was voor het politiegeweld tegen de pro-Europese burgerbeweging op de Maidan in Kiev. Oleg Tjagnibok, een politicus die enigszins verwant is met Marine Le Pen in Frankrijk en Geert Wilders in Nederland, maar niet in het Oekraïense parlement is gekozen, analyseerde de prognose meteen in binnenlandse politieke termen. Porosjenko stelt zich onvoldoende teweer tegen de „informatieoorlog van Rusland”, die kennelijk ook in Nederland aanslaat, aldus de nationalist. Bovendien was het een schrobbering voor zijn beleid. „Europeanen zijn teleurgesteld over de hervormingen in Oekraïne”, aldus Tjagnibok.

Oorlogstaal Doema-leider net even belangrijker dan ‘nee’ van Nederlanders

Maar al snel ging ook hij over op andere thema’s. In Kiev was de opwinding over het referendum namelijk afgelopen weekeinde tot normale proporties afgekoeld. Ook in Oekraïne is steeds duidelijker geworden dat zelfs een eventueel volwaardig Nederlands ‘nee’ niet veel effect zou hebben op de rest van Europa.

De journalist en parlementariër Sergej Lesjtsjenko (35), in Nederland om de ja-campagne te steunen, was niet bedrukt. Vanuit een stembureau in Den Haag twitterde hij zijn meer dan 200.000 volgers: „De intelligentsia is voor Oekraïne”. Geestverwanten lieten het thuisfront ook weten dat de uitslag geen afbreuk doet aan de Europese ambities in Kiev.

Ook filosoof Oleksiy Panitsj, tot de oorlog in de Donbas docent aan de universiteit in Donetsk, bekeek het referendum in positieve termen. „Terugkijkend heeft dat referendum in Nederland een aantal pluspunten opgeleverd. Nederlanders weten nu meer van Oekraïne. In Oekraïne heeft het geleid tot een mobilisatie van burgergroepen, die zich gingen bemoeien met de campagne in Nederland. Dat is goed geweest voor ons zelfbeeld. We begrijpen onszelf nu beter dan voordien”, zei Panitsj. „Oekraïne blijkt zelfs nu al veel meer Europees te zijn dan we dachten.”