‘Lood, benzeen en zwaveldioxide bijna uit lucht verdwenen’

Dat zei brandstoffenexpert Hans Kattenwinkel in het blad Autoweek

Foto Istock

De aanleiding

De klimaattop in Parijs en ‘dieselgate’ hebben het debat doen oplaaien over de autobrandstof van de toekomst. In het blad Autoweek drong brandstoffenexpert Hans Kattenwinkel erop aan fossiele brandstoffen niet te snel op te geven, omdat technologische vernieuwingen die veel milieuvriendelijker (kunnen) maken. „Auto’s zijn enorm veel schoner geworden en metingen wijzen uit dat schadelijke stoffen als lood, benzeen en zwaveldioxide bijna uit de lucht zijn verdwenen.”

We checken de uitspraak: lood, benzeen en zwaveldioxide zijn bijna uit de lucht verdwenen.

Waar is het op gebaseerd?

Deels op eigen ervaring in de oliewereld, zegt Kattenwinkel desgevraagd: „Bij Shell heb ik bijvoorbeeld zelf gewerkt aan het vervangen nog van lood in de benzine.” Oliemaatschappijen brachten ook benzeen en zwaveldioxide in de benzine terug. Dit gebeurde onder druk van de Europese brandstofnormen, die in de jaren tachtig van kracht werden (EN 228). Kattenwinkel: „Voor zover deze stoffen nog in de lucht zitten, komt dat nog maar voor een heel klein deel door het autoverkeer.”

En, klopt het?

We lopen de stoffen langs in het Compendium voor de leefomgeving van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Lood. Kan schade veroorzaken aan hersenen, zenuwstelsel en nieren. De loodemissie door wegverkeer op benzine is teruggelopen van 1.300 ton in 1980 tot vrijwel nul in 2000 – het huidige niveau.

Benzeen. Kan kanker veroorzaken en is giftig voor het bloed. Benzeen wordt uitgestoten door de chemische industrie, houtkachels en open haarden, en door verkeer en vervoer. De afgelopen twintig jaar is de uitstoot van benzeen door auto’s ondanks de groei van het verkeer sterk afgenomen. Dit komt door de driewegkatalysator in auto’s, technische verbeteringen aan auto’s en verlaging van het benzeengehalte in benzine. De benzeenconcentratie in de lucht bedraagt nu in Nederland 0,6 tot 1,4 microgram per kubieke meter. Dat is ver onder de EU-norm van 5 microgram.

Zwaveldioxide. Draagt bij aan verzuring van het milieu en vermindert waterkwaliteit en biodiversiteit. De meeste zwaveldioxide komt van kolencentrales, olieraffinaderijen en – in mindere mate – het verkeer. Begin jaren zeventig werden veel huizen nog verwarmd met kolen en zat er 100 tot 200 microgram zwaveldioxide per kubieke meter in de lucht. Tegenwoordig liggen de concentraties op het platteland op 0,5 tot 1,4 microgram, in steden (met veel verkeer) op 2 tot 3 microgram en in geïndustrialiseerde gebieden op 5 tot 10 microgram. Dat is vooral te danken aan de de overstap naar stoken op aardgas, en in mindere mate door het verdwijnen van zwavel uit brandstoffen.

Wel, zo erkent ook Kattenwinkel, is er nog steeds een groot probleem met stikstofdioxide. Deze stof maakt dat mensen in Nederland gemiddeld vier maanden korter leven, leerde een publicatie van het RIVM in 2015.

Belangrijke bron van stikstofdioxide zijn dieselauto’s. De uitstoot per auto is verminderd door strengere eisen, maar de stijging van het aantal gereden kilometers doet dat grotendeels teniet. Daar komt bij dat dieselauto’s in de praktijk meer uitstoten dan tijdens de testen.

Conclusie

Kattenwinkel zei dat lood, benzeen en zwaveldioxide bijna uit de lucht zijn verdwenen. De metingen door het RIVM laten zien dat de hoeveelheid van deze stoffen inderdaad spectaculair is gedaald, zij het niet alleen doordat auto’s schoner zijn geworden. We beoordelen de uitspraak als waar.