Japke-d. Procesbewakers zijn de stadswachten van de kantoortuin

Wekelijks rekent Japke-d. Bouma af met jeukwoorden op kantoor.

Vroeger stonden er alleen bewakers in musea, voor ambtswoningen en achter de bosjes van ambassades – tegenwoordig zie je ze ook op kantoor. Als je goed kijkt, zie je ze overal – cultuurbewakers, procesbewakers, kwaliteitsbewakers en trajectbewakers. Achter kantoorplanten, in cc-tjes, meekijkend over je schouder. Ze schieten je aan bij de koffieautomaat, schuiven ongevraagd aan in vergaderingen en zitten thuis je Facebookprofiel uit te pluizen.

Ik krijg mijn hele leven al jeuk van bewakers. Als iets niet mag, ga ik júist uitdagen – net iets te dichtbij staan, bordjes andersom hangen, expres een andere route lopen of ze aan het lachen proberen te maken. Ik heb ook geen idee wat ze moeten op kantoor. Ik denk niet dat als er geen bewakers opzaten, die kwaliteit, die trajecten, processen of cultuur op een holletje de deur uit zouden rennen of gepikt werden.

De vacaturesites weten al helemaal niet wat bewakers doen. Zo krijgt de ene kwaliteitsbewaker bijvoorbeeld „alle ruimte om droogprocessen in te regelen”, maar zijn er ook procesbewakers die sturing moeten geven. Dan denk ik: je kan niet én bewaken, én sturen; en: ga je nou voor de kwaliteit of voor de processen?

Wat ik ook niet snapte, was de trajectbewaker die „de kwaliteit van het deeltraject bewaakt”, een teammanager die „processen moest bewaken én monitoren” en een praktijkbegeleider die zowel „trajectbewaker, coach, áls vakinhoudelijk begeleider” was. Dan zijn er dus blijkbaar trajectbewakers die kwaliteit monitoren, bewakers die coachen en managers die bewaken. What’s next? Trajectbewakers die processen monitoren; procesbewakers die trajecten begeleiden? Vind je het gek dat die raden van toezicht alleen maar zitten te borrelen en te lunchen. Die hebben ook geen idee.

Sowieso: wat is het verschil tussen monitoren en bewaken? Misschien is monitoren dat je de hele tijd naar een monitor kijkt en bewaken dat je rondloopt met een herdershond, een zaklamp en een V op je revers in de trant van ‘hoho mevrouwtje, waar gaat die kwaliteit naartoe’.

Dat monitoren met die monitors lijkt me trouwens nog wel wat. Dan kan je de hele dag patiencen en op bewakingsbeelden kijken wie er allemaal snotjes uit hun neus zitten te pulken. Maar dat met die zaklamp, dat lijkt me de pest. Want dan mag je niks, maar als iedereen weg is en er gevaar dreigt, sta je er alleen voor. Als een soort stadswacht van de kantoortuin.

Eigenlijk de enige bewaker die ik snapte, was een bewaker van wie verwacht werd dat hij of zij „continu de kwaliteit van het werk in de gaten houdt”. Heel goed. Continu. Als je bewaakt dan slaap je thuis met een pieper bij je bed, lijkt mij. Maar nee hoor. Ergens anders werden weer bewakers gevraagd die hun functie „parttime konden invullen”. Lekker is dat. Laat de boel maar naar de kloten gaan in het vacuüm van de overdracht.

Ik zou zeggen: we houden alleen bewakers op de hartbewaking en op kantoor zetten we ze lekker buiten, voor de deur – als uitsmijters. Dan kunnen we binnen lekker ademhalen en in vrijheid worden afgerekend op onze kwaliteit, cultuur, processen en trajecten – zonder waakhond op onze nek.

Bewaakt wordt er al genoeg in de wereld.