Hoeveel pathos kunnen we verdragen? #referendum

Illustratie Hajo

De dag na het eerste Nederlandse raadgevende referendum – hoewel de dertig procent gehaald is, kun je denk ik wel vaststellen dat ,,de patriottistische lente’’ die PVV-leider Geert Wilders bij zijn gang naar de stembus voorspelde, grotendeels is uitgebleven. Het is feest in het nee-kamp, maar had men niet meer verwacht?

Er heerst een heftige, niet te ontkennen onvrede in Nederland, met het politieke establishment, met de EU en zeker ook met tal van punten in het associatieverdrag met Oekraïne, maar de door Wilders en GeenPeil gehoopte overweldigende opstand van de burger laat zich beperkt zien. Nederland is een verdeeld land, het gaat er fel aan toe, maar dat wisten we al. Zo’n zeventig procent van de stemgerechtigden liet het referendum aan zich voorbij gaan. Het ,,nee’’ is onmiskenbaar een luide proteststem, maar het is een stem die we wel kennen. Voor een aardverschuiving of een blikseminslag heb je meer betrokkenheid nodig. En een hoge opkomst.

Sterker nog, het zou me niet verbazen als juist de hyperbolen van de initiatiefnemers zich tegen hun eigen referendum hebben gekeerd. Hoeveel pathos kunnen we verdragen? Het zijn al die overspannen, grote woorden – patriottistische lente, red de democratie, en heel die oorlogzuchtige taal van afrekening, opstand, aanval en landverraad, die een flinke, maar uiteindelijke ook beperkte groep weet aan te spreken. Dat is nu opnieuw zichtbaar geworden – ,,het volk’’ van Wilders c.s. is een relatief begrip, maar ook dat wisten we al. Voor de eigenlijke initiatiefnemers van het Burgerforum was het geen grap, maar bloedige ideologische ernst. Bij veel mensen, zo kon je opmaken uit talloze reacties, heeft die overspannen taal onverholen afkeer opgewekt. Waarom door de hoepel van politieke kermisklanten springen? Aan de andere kant heeft dat weloverwogen niet-stemmen geen zoden aan de dijk gezet.

De stortvloed aan discussies en opinies van de afgelopen weken, en welk medium stond er niet bol van, heeft, vermoed ik, bij de meeste stemgerechtigden geen duidelijkheid geschapen, maar de verwarring alleen maar groter gemaakt. Op televisie kwamen gepatenteerde deskundigen, nooit geliefd in tijden van onvrede, maar mondjesmaat aan bod – vaak gaf de natte vinger daar de toon aan. Iedereen had wel ergens iets gelezen. Iedereen had wel ergens iets van iemand gehoord.

Deze uitslag heeft, dat beseften de meeste mensen van te voren, de initiatiefnemers incluis, nauwelijks of geen gevolgen. Het grootste deel van het associatieverdrag is al in werking getreden, de onvrede zal nu door politici in een hoop begripvolle woorden worden verpakt, iedere partij verklaart dat we dit serieus moeten nemen - en vervolgens wordt hij terzijde geschoven. De georganiseerde onvrede zelf zal gewoon dooretteren, nieuwe kwesties agenderen, nieuwe volksstemmingen proberen af te dwingen.
Sloeg het ergens op, dat referendum? Ik denk van wel. De onvrede tekent zich scherp af. De gevestigde politiek, die nauwelijks enthousiasme wist op te roepen, zal nu echt eens echt aan de bak moeten, nieuwe manieren van contact met hun achterban moeten zoeken en klare taal spreken – het wordt al jaren geroepen, maar nu voelen ze het hopelijk ook.

Het meest hoopvolle geluid van de laatste weken was dat van mensen die er niet uit kwamen, die piekerden en debatteerden, en aan zichzelf en anderen toegaven dat ze dat hele associatieverdrag verdomd complexe materie vonden – hoe moest je al die verschillende afwegingen terugbrengen naar een eenvoudig voor of tegen?

Dat was een les op zich – dat je als betrokken burger wordt geconfronteerd me een vraag waar je niet zo eenvoudig antwoord kunt geven, dat de loop van de geschiedenis zich niet zo gemakkelijk voorspellen laat en dat je om je mening te vormen bij anderen te rade moet gaan die er meer vanaf weten. Die onzekerheid – wie kan de wereld overzien? Moet de EU verder verzwakt of juist versterkt worden? – komt neer op een lesje nederigheid. Temidden van het ,,debat’’ erkenden opvallend veel mensen de afgelopen dagen openlijk hun twijfel en niet-weten, een mooi contrast met de stellige kantinepraat van de redders van de democratie. Als dat besef door dit referendum gegroeid is, dan heeft het wat mij betreft zin gehad.