Hoe Trumbo zijn ongelijk haalde in Hollywood

Trumbo ontbeert een goed script maar is beter geslaagd als een aardige zedenschets van Hollywood in de jaren vijftig.

Wat zou Dalton Trumbo, de succesvolste – en best betaalde – scenarioschrijver van zijn tijd in Hollywood, van het script van Trumbo hebben gevonden? Waarschijnlijk dat het scenario nog wel een paar keer door de molen gehaald had moeten worden.

Want – o ironie – uitgerekend het script is de zwakke schakel van de film van regisseur Jay Roach over de scenarioschrijver, die als communist op de zwarte lijst belandde in Hollywood en zich in tien jaar terugvocht, terwijl hij alleen onder valse namen kon blijven werken voor producenten van kleine B-films. Trumbo vertelt dat verhaal klungelig: personages worden onhandig geïntroduceerd (‘Ik ben Otto Preminger, de filmregisseur’), dialogen zijn te opzichtig bedoeld als uitleg voor de kijker, belangrijke episodes, zoals de hoorzittingen waarin de communist Trumbo voor de Amerikaanse Senaat moest verschijnen, worden haastig afgeraffeld.

Dat laatste is vermoedelijk geen vergissing, maar de bedoeling. Regisseur Roach is er veel te beducht voor om de kijker lastig te vallen met – inmiddels stoffige – politieke geschiedenis. Waarom Trumbo koos voor het communisme komt nauwelijks aan bod, waarom hij ook weer stilletjes uit de partij stapte blijft zelfs geheel onbesproken. Een fervent en overtuigd communist, dat is voor de huidige bioscoopbezoeker kennelijk een iets te exotisch concept. Daarom strijdt Trumbo (Bryan Cranston uit Breaking Bad) niet voor zijn gelijk in de film, maar voor zijn „recht om zich te vergissen”.

De film is ook veel tijd kwijt met Trumbo als familieman, vermoedelijk om het inlevingsvermogen van de kijker nog wat verder te verhogen. Veel van de angst en somberheid over de toestand in de wereld waarin de anticommunistische hysterie kon ontstaan, krijgt de kijker niet mee. Helen Mirren is een karikaturale baddie, als de hardvochtige columnist Hedda Hopper, die de communisten uit Hollywood wil verdrijven.

De makers voelen zich beter thuis in de filmwereld dan bij de politiek-historische context. Trumbo is beter geslaagd als een aardige zedenschets van Hollywood in de jaren vijftig, als Trumbo zijn hoofd boven water houdt met valse namen. Met hulp van whisky en pillen levert hij, bij voorkeur schrijvend in bad, script na script af.