Een hogeschool is geen fabriek

Vraag ervaren bedrijfsmanagers om een hogeschool te reorganiseren en het resultaat is geen extra vreugde in het werk, maar frustratie bij de doorgaans hoog opgeleide medewerkers. Dat is het beeld dat oprijst uit het exposé in NRC afgelopen weekend over de manier waarop de Hogeschool Utrecht (35.000 studenten, 3.500 medewerkers) meer wil doen met minder ondersteunend personeel om zo extra geld vrij te maken voor onderwijs.

De reorganisaties zetten kwaad bloed bij medewerkers die de vaste waarde van een hogeschool zijn en in de kern ook het kapitaal van kennis en ervaring dat de instelling bezit. Personeel dat de organisatie tot een succes kan maken en beter opgeleide studenten een plaats kan geven in de samenleving. De frustratie mondt uit in een strakkere hiërarchie en een verziekt werkklimaat, in ongenoegen over onnodig formalisme, in een als top-down ervaren stijl van leiding geven en in klachten over de beloningen en bonussen die sanerende nieuwkomers ontvangen.

Botsingen zoals in Utrecht zijn de afgelopen jaren veelvuldig ontstaan, soms met desastreuze afloop. Schaalvergroting en verzakelijking van de organisatie hebben al vaak louter verliezen opgeleverd. Het onderwijs is daarvan een spectaculair voorbeeld. Neem de debacles bij Amarantis en ROC Leiden, waar studenten en medewerkers de dupe werden van megalomaan gedrag van bestuurders en de belastingbetaler de rekening mocht betalen van investeringsdrang in nieuw vastgoed. Eerder was er de te ver doorgeschoten schaalvergroting van Hogeschool Inholland. Buiten het onderwijs zie je vergelijkbare patronen: zorgconglomeraat Meavita en woningcorporaties Vestia en Woonbron.

Bij de beoordeling van deze reeks debacles en van de situatie bij Hogeschool Utrecht moet voorop staan dat organisaties die met belastingen en verplichte premiegelden worden gefinancierd verantwoording moeten afleggen over hun financiën. Maar de effectieve besteding van hun middelen hoeft niet te botsen met het wezen van deze organisaties die zich niet laten afrekenen op het aandeelhoudersrendement.

Waar het om draait, is dat de zogeheten professionals bij universiteiten, hogescholen, regionale opleidingscentra, ziekenhuizen en andere zorginstellingen de ruimte hebben om hun vak uit te oefenen. De praktijk leert dat fusies en schaalvergroting nogal eens verkeerde prikkels (uitbundige beloningen, fonkelnieuw vastgoed) geven en de inzet van de medewerkers juist frustreren. Bestuurders en toezichthouders moeten zich daar meer rekenschap van geven. En bij twijfel niet opschalen.