Wim Brands en Hans Polak: dwarse smaakmakers van echt publieke tv

Hans Polak en zoon Cem in ‘Mijn Kanker’ (NTR)

Veel aandacht dezer dagen in oude en nieuwe media voor de plotselinge dood van dichter en radio- en televisiepresentator Wim Brands (57). Dat is begrijpelijk, want zijn programma Boeken (VPRO) was sinds 2005 een soort laatste strohalm voor lezers bij de publieke omroep.

In interviews van een minuut of twintig praatte hij intelligent met goed geselecteerde schrijvers, niet over hun autobiografie, maar over hun werk, fictie of non-fictie.

Dat ik desondanks vaak een aflevering oversloeg, had eerlijk gezegd niet alleen te maken met het onhandige tijdstip van de zondagochtend, maar ook omdat ik me regelmatig ergerde aan de wat betweterige toon van de interviewer, die soms begon met ons uit te leggen wat de schrijver bewogen moest hebben. Dat Brands op handen gedragen werd, betekent dat het aan mij moet hebben gelegen én dat er enorme behoefte is aan oases in de televisiewoestijn.

Daarentegen was er geen enkele aandacht, op televisie noch op Twitter of in de geschreven pers, voor het op dezelfde dag bekend gemaakte overlijden van journalist en documentairemaker Hans Polak (70). Ook hij gaf gedurende meerdere decennia een kwaliteitsimpuls aan het televisieaanbod en vormde een aantal jaren ongeveer in zijn eentje de documentaireafdeling van de VARA.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren in Zwitserse ballingschap, ging Polak politicologie studeren in Amsterdam en werd verslaggever bij Het Parool. Daarna kwam hij bij de VARA-actualiteitenrubriek Achter het Nieuws terecht en zou sinds 1989 tientallen documentaires regisseren, vaak met een sociaal geëngageerde invalshoek. Er zaten portretten tussen, zoals van de moordenaar Ted de Turk (1997), troubadour Cornelis Vreeswijk (2004), schrijver Marten Toonder (2012), striptekenaar Dick Matena (2014) of filmer Herbert Curiël (Kindsoldaat van Hitler, 2015), maar ook controversiële observerende documentaires, bijvoorbeeld over het Barlaeus Gymnasium (De Eliteschool, 1998), Kamp Duindorp (1998), Het Zondagszangcafé (2002), Krakersvrijplaats ADM (2005) en De bemoeizorgers (2011).

Het werk van Polak was vaak een beetje hoekig, deed stof opwaaien en zette tegenstellingen op scherp: precies waar we een publieke omroep voor hebben, dus. Dat hij toch nooit een heel bekende naam werd, zelfs niet bij insiders, had misschien te maken met een zeker ongemak met het zelf in beeld verschijnen.

Twee keer was hij nadrukkelijk aanwezig in een documentaire van een naaste: eerst als vader van Sacha Polak, die in Nieuwe Tieten (NCRV, 2013) haar preventieve borstamputatie filmde, en daarna in Mijn Kanker (NTR, 2015) van zijn partner Meral Uslu. „Hebben jullie erg last van mij?”, vraagt de regisseur aan haar man en zoon Cem. Enthousiast roepen ze in koor: „Ja!”.

Als je die fragmenten nu terugziet, dan is het nogal confronterend dat juist de vader/partner nu niet meer leeft. Het is een zwarte week voor de overlevenden en voor de liefhebbers van een prikkelende, eigengereide publieke omroep.