Droom van het ja-kamp: bij Napoleon golden de wegblijvers als voorstanders

De stemming Deze woensdag stemt Nederland over het associatieverdrag met Oekraïne. Zo’n referendum mag nationaal zeldzaam zijn, lokaal is dat zeker niet zo.

Al meer dan 200 referenda

Eén keer eerder mocht Nederland stemmen in een referendum: over de Europese Grondwet in 2005. Dat is tenminste de volksraadpleging die steeds wordt aangehaald als enige referentiekader voor het huidige referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Fans van referenda voelen zich gesterkt door de opkomst van 63,3 procent destijds. Anti-EU-activisten glunderen bij de tegenstem van 61,5 procent. Maar is het niet te beperkt om alleen naar het voorbeeld van 2005 te kijken, als in Nederland inmiddels meer dan tweehonderd referenda zijn gehouden?

Napoleon won met 99,96 procent

Goed, het gaat misschien wat ver om het referendum van vandaag te vergelijken met die uit de Bataafse tijd. (In 1805 werd een grondwet met 99,96 procent aangenomen. Voor het gemak telden niet-stemmers als voorstanders.) Maar in de afgelopen 110 jaar zijn maar liefst 197 lokale referenda gehouden, zegt Koen van der Krieken. Hij promoveert in Tilburg op het fenomeen referendum en maakte vorig jaar een inventarisatie in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij ziet een paar belangrijke parallellen tussen lokale referenda en dat over Oekraïne.

Protestreferenda zonder effect

„Veel referenda zijn protestreferenda”, ontdekte Van der Krieken. „Als er onvrede is over het gemeentebestuur, gaat een referendum vaak over meer dan alleen het onderwerp dat voorligt.” Al kent hij geen voorbeeld waar initiatiefnemers openhartig vertelden dat het onderwerp ze „natuurlijk niets” kan schelen, zoals de bedenkers van dit referendum vorige week over Oekraïne. Daarnaast worden vaak lokale referenda gehouden over zaken waar gemeenten niet over gaan. Bijna de helft van de referenda ging over gemeentelijke fusies en herindelingen. „Dan wil het gemeentebestuur niet fuseren en schrijven ze een referendum uit zodat ze kunnen zeggen: kijk, de bevolking wil het ook niet. Maar niet de gemeenten, maar de Tweede en Eerste Kamer beslissen uiteindelijk over gemeentelijke herindelingen.” Het handelsgedeelte van het verdrag met Oekraïne is iets waar niet de EU-lidstaten, maar de Europese Commissie over gaat.

Uitslag bijna altijd gevolgd

Tot slot wat optimistische cijfers voor het nee-kamp. De gewogen gemiddelde opkomst van lokale referenda is ruim 41 procent. In 82 procent van de gevallen volgde de gemeenteraad het advies van het referendum. Ook wanneer het niet door de gemeente was uitgeschreven, maar na een actie van burgers. Zo’n raadgevend referendum kwam lokaal 28 keer voor. Wanneer de opkomstdrempel werd gehaald, dan legde het bestuur de uitslag in geen enkel geval naast zich neer.