De Politiecolumn: Surveillance-cultuur leidt tot gedachtenpolitie

In de nasleep van de aanslagen in Brussel en Parijs klinkt de roep steeds luider om verdachte personen sneller en vroegtijdiger op te kunnen pakken. Volgens Minister Van der Steur is een proactievere houding van veiligheidsdiensten noodzakelijk om nieuwe aanslagen te voorkomen. Toverstaf hierbij is ‘predictive policing’, het signaleren van potentiële terroristen op basis van grootschalige data-analyses en monitoring van bronnen als Google, Facebook, YouTube, Skype en Apple. Om een idee te geven, op 11,2 miljoen Nederlandse smartphones is WhatsApp geïnstalleerd. WhatsApp is weer eigendom van Facebook, waarvan de app op zo’n 9 miljoen telefoons staat. Al die berichten en gesprekken kunnen bruikbare informatie opleveren wie en wanneer van plan is een aanslag te plegen. Maar lost predictive policing werkelijk iets op? Laten aanslagen zich zo makkelijk voorspellen? Ik betwijfel het.

Politiecommissaris William Bratton van de Los Angeles Police Department introduceerde de term ‘predictive policing’ in 2008. Software programma’s en algoritmen die grootschalige dataverzamelingen ontsluiten, moeten ervoor zorgen dat de politie daar ingrijpt voordat de misdaad is gepleegd. Dat zo’n systeem kan werken, laten private bedrijven als Apple, Amazon en Facebook zien. Net als de politie verzamelen zij zoveel mogelijk informatie van het gedrag van hun gebruikers – om daar vervolgens invloed op uit te oefenen via gerichte advertenties. Zo doet Netflix suggesties voor nieuwe films op basis van je oude kijkgedrag. Vergeten wordt dat in het laatste geval het niet gaat om het voorspellen van gedrag, als wel om het ‘matchen’ van individuele voorkeuren en gedrag.

Ook predictive policing maakt de suggestie van ‘voorspellen’ niet waar. Het systeem werkt met historische gegevens op basis waarvan de kans wordt geëxtrapoleerd in welke buurt bijvoorbeeld veel inbraken of overvallen voorkomen. Het analyseert dus de criminaliteit van het verleden. Niet die van de toekomst. Hoogstens kom je zo te weten waar relatief eenvoudige vormen van criminaliteit vaak voorkomen. Maar dat is iets anders als het voorspellen wie en wanneer criminaliteit gaat plegen, laat staan een terroristische aanslag. Niet alleen veroudert de informatie op basis waarvan de analyses draaien snel, ook is het aantal verdachte personen dat uit de analyses rolt veel te groot om in de gaten te kunnen houden. Bovendien vergeten de voorstanders van predictive policing dat ook de gemiddelde crimineel of terrorist drommels goed weet dat iedereen permanent wordt gesurveilleerd. Versluierd taalgebruik neemt daarom steeds meer toe.

Maar waar ik me echt zorgen om maak, is nog iets anders. Het bovenmatig en ongericht verzamelen van informatie over alle burgers leidt steeds meer tot opsporingsonderzoeken waar een rechter geen toezicht op heeft. Controles breiden zich namelijk uit tot personen die zelf niet onder strafrechtelijke verdenking staan. Tegelijk dreigt met dit alles niet de daad, maar de intentie van een persoon strafbaar te worden. Dat is opvallend omdat het voornemen van iemand niet hoeft te leiden tot een concrete handeling. Een persoon kan bijvoorbeeld tot inkeer komen. Hoe dit ook zij, de komst van de ‘gedachtenpolitie’ lijkt in het huidige veiligheidsklimaat onomkeerbaar. Wanneer het over verzamelen van informatie gaat, heeft de Nationale Politie nog steeds het naïeve idee van ‘Bigger is Better’. En ook van de politiek verwacht ik geen kritische vragen. Daarvoor is de angst voor een nieuwe aanslag te groot.

Verzet tegen de ongebreidelde surveillancecultuur zal daarom uit andere hoek moeten komen. Zo weigerde techgigant Apple software te maken zodat de FBI de gegevens op de versleutelde iPhone kon inzien van een van de schutters van het bloedbad in het Californische San Bernardino. Apple meent dat hiermee de privacy van iPhone-gebruikers in gevaar zou komen. Andere bedrijven, waaronder Twitter en Airbnb, hebben zich solidair met Apple verklaard. Je kan de weigering van Apple om de FBI een handje te helpen cynisch afdoen als een handige commerciële zet om goodwill te kweken bij nieuwe klanten. Maar het zou ook zo kunnen zijn dat het verzet tegen de vlucht naar voren van de politie van binnenuit gaat komen. Vanuit het surveillance kapitalisme van de grote bedrijven zelf.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit het politieveld. 

 

 

 

Blogger

Marc Schuilenburg

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde filosofie en rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn nieuwste boek heet The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order (2015). Hij ontving de driejaarlijkse Willem Nagelprijs van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie voor zijn boek Orde in veiligheid. Een dynamisch perspectief (2012). Samen met Bob Hoogenboom geeft hij het mastervak ‘Politie en Veiligheid’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.