De oude garde zit nog steeds in de drugs

Een opmerkelijke verdachte in de zaak rondom Party King: Rotterdammer Ton van D. (69). Die was toch gestopt?

Een van de 111 panden waar de politie maandag binnenviel bij een zoekactie naar georganiseerde drugscriminaliteit. Foto Merlin Daleman

Als er iets opvalt in het onderzoek naar een groot drugsnetwerk in Brabant, is het dat de ‘oudjes’ het nog prima doen. Tijdens het onderzoek komen twee opmerkelijke verdachten naar voren: de 69-jarige Ton van D. en de 54-jarige Janus van W. Zij zijn veteranen uit de Nederlandse onderwereld en al sinds de jaren 90 actief in de drugshandel.

Dat Rotterdammer Ton van D. nog actief is, komt als een verrassing. Tien jaar geleden ging hij naar eigen zeggen met pensioen na een hard conflict over geld dat was gestald bij de Amsterdamse vastgoedhandelaar Wim Endstra. „Ik heb alles afgekapt”, zegt Van D. in 2005 tegen de politie. Zo zie je maar weer, zegt een bron bij het Openbaar Ministerie: „In de onderwereld gaat niemand echt met pensioen.”

Het onderzoek begon bij ‘Party King’, een bedrijf dat op papier spullen voor feesten en partijen leverde. In de praktijk fungeerde het bedrijf volgens de politie als ontmoetingsplaats voor criminelen in de xtc-handel. In 2014 begon de recherche een onderzoek onder de codenaam Trefpunt. Het kantoor van Party King werd geobserveerd en volgehangen met afluisterapparatuur. Maandag leidde dat tot een inval bij Party King en nog 110 panden.

Pionieren met de productie van xtc-pillen was in het begin van de jaren negentig zeer lucratief. De werkzame stof in xtc – mdma – werd in 1988 op de lijst van verboden harddrugs gezet, maar de pillen zelf hadden in die tijd nog het imago van een onschuldige partydrug. Ton van D. behoorde met zijn toenmalige partners Ronald van Essen en Danny Leclere tot de kleine groep criminelen die snel doorhad hoeveel geld hiermee te verdienen viel. Vooral Engeland was aantrekkelijk als afzetmarkt.

Van D. werd in februari 1992 aangehouden in een onderzoek dat de passende naam Extase meekreeg. Bij zijn arrestatie werd een grote hoeveelheid contanten gevonden. Een medewerker van ABN Amro vertelde indertijd dat een handlanger van Van D. sinds begin 1991 om de week langskwam met een grote tas Britse ponden. Die moesten worden gewisseld in guldens, vertelde de bankier. In het begin ging het om 100.000 tot 150.000 gulden per keer. Een jaar later was dat al 1,5 miljoen gulden per keer. Volgens de politie zette de groep rond Ton van D. in een jaar bijna 300 miljoen gulden om.

Een deel van dat geld is witgewassen door de Amsterdamse vastgoedbaron Wim Endstra. Maar daar hebben Van D. en zijn maten Ronald van Essen en Danny Leclere nooit echt plezier van gehad. Ze werden begin 1993 veroordeeld tot acht jaar cel. Leclere ontsnapte tijdens bijzonder verlof en werd mei 1993 dood gevonden langs de A10. Ronald van Essen overleefde eind 1999 tijdens proefverlof een aanslag, maar raakte gedeeltelijk verlamd en slijt zijn leven nu in een rolstoel.

Na die aanslag, die het bloedige conflict inluidde over geld dat criminelen hadden geïnvesteerd bij vastgoedbaron Endstra, besloot Van D. zich terug te trekken. Hij schikte zijn zaken met Endstra na een veelbesproken vergadering waarbij ook Willem Holleeder aanwezig was. Later noemde Ton van D. Holleeder een „zware intrigant” die „een hoop op zijn geweten heeft”.

Dat de inmiddels 69-jarige Van D. nu opduikt bij Party King in het Brabantse Best tekent de nieuwe verhoudingen in de onderwereld. Noord-Brabant is het absolute centrum van de xtc-productie, en trekt ook grote criminelen uit de Randstad. Gezien het grove geweld dat met de drugscriminaliteit samenhangt, wordt de rol van mannen als Ton van D. in Brabant met argusogen bekeken.