‘Nee, ik mis ‘Breaking Bad’ niet’

Interview Bryan Cranston Na zijn doorbraak in ‘Breaking Bad’ kreeg de acteur een Oscarnominatie als Dalton Trumbo, doelwit van de communistenjacht. Slachtoffer van de gedachtenpolitie, vindt hij.

Vergelijkt Bryan Cranston de anti-communistische atmosfeer in naoorlogs Amerika nu met nazi-Duitsland? „Goed, we geloven dat het je spijt, zeiden ze tegen de communisten, maar vertel ons wie de anderen zijn. Namen noemen! Die tactiek is toch bekend? Waar zitten de Joden, vroegen ze in Duitsland. Wijs ze aan, wij doen de rest.”

De acteur haalt diep adem. „Ik wil de gruwelen van de nazi’s niet vergelijken met de tijd dat ze in Washington en Hollywood op links jaagden”, zegt Cranston (60) in Los Angeles. „Maar die tactieken?” Hij trekt zijn beweeglijke wenkbrauwen op en laat de vraag in de lucht hangen.

In de film Trumbo speelt hij Dalton Trumbo, een succesvol scenarioschrijver. Net als een klein aantal collega-scenaristen was Trumbo (1905-1976) een bevlogen communist. Dat leidde tot hevige conflicten in Hollywood, onder meer met John Wayne. Tegelijkertijd orkestreerde Washington een heksenjacht, waardoor Trumbo in de cel belandde vanwege zijn overtuigingen, op een zwarte lijst werd gezet en tot 1960 alleen onder andermans naam of pseudoniem scripts kon schrijven, en Oscars kon winnen.

Angstcultuur

„Het enige wat telt is onze angst en onze angst draait om een Sovjetinval”, zo vat Cranston het denken van toen samen. „Daar offeren we de burgerrechten voor op. Geef je geen antwoord, dan sluiten we je op. Gedachtenpolitie. Een systeem om gedachten te controleren.”

De populariteit van het communisme was indertijd slechts een reactie op de Grote Depressie, zegt hij. „Niemand had werk. De vakbonden spraken zich uit: iedereen moet werken, bijdragen en delen.” Cranston betwijfelt of „een gesloten systeem als het communisme” kan werken. „Maar Stalin heeft het verpest. Hij was helemaal geen communist, maar een fascist. Trumbo kwam terecht in de maalstroom. Stalin, communisten, links Hollywood – allemaal op één hoop geveegd.”

Bryan Cranston groeide vooral de afgelopen jaren uit tot een uitgesproken, gewilde leading man. Dit jaar alleen al is hij betrokken bij zeven speelfilms, waaronder een politiek drama over een boerenvakbond in de jaren dertig. Ook speelt hij de Democratische president Lyndon Johnson in de nieuwe tv-film All the Way van HBO.

Cranston vestigde zijn naam op televisie. In soaps en de comedy Malcolm in the Middle bouwde hij een solide reputatie op, met Breaking Bad brak hij internationaal door. De laatste aflevering van die hitserie werd tweeënhalf jaar geleden uitgezonden. Toch blijven fans hem begroeten als Walter White, de scheikundeleraar met kanker die methamfetamine kookt om geld te verdienen voor zijn gezin en al doende uitgroeit tot een drugsbaron.

Breaking Bad

„Nee, ik mis Breaking Bad niet”, zegt hij. Geruchten dat de reeks ooit zal terugkeren zijn „absurd”. Breaking Bad was „als een mooie maaltijd. Voltooid. Nog een seizoen? Dan verpest je het. Dessert en espresso zijn achter de rug, je voelt je lekker, en dan: nóg een toetje?”

Cranston schudt zijn hoofd en komt terug op de politiek van Hollywood. „Het is nu meer volwassen en tolerant. Als je kijkt naar de integratie van de LGBT-gemeenschap [homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, red.] dan neemt de entertainmentwereld de leiding. Het gaat veel beter.”

Dat is een understatement. Zestig jaar na Trumbo’s opsluiting staat Hollywood nu vooral bekend als een aanlegplaats voor Democratische presidentskandidaten op zoek naar campagnedollars. Conservatieven worden een stuk minder getolereerd. Cranston zelf heeft zijn met een Oscarnominatie beloonde rol van Dalton Trumbo aangegrepen voor een soort politieke coming-out. De acteur spreekt zich (nog) niet uit voor Hillary Clinton of Bernie Sanders. Maar op Twitter valt hij druk Republikeinen aan en bedankt hij president Obama herhaaldelijk voor diens leiderschap.

„We moeten niet bang zijn voor ideeën waar we het niet mee eens zijn, dat wil ik laten zien. Angst is een krachtige motivator. Kijk wat [vicepresident] Cheney in 2004 zei: als je niet voor Bush stemt, komt er een nieuwe terreuraanval. Jezus, denken mensen, laat ik maar op hem stemmen. Zo werkt de angst, toen en nu.”