Brands bood tv-kijkende lezer een toevluchtsoord

Dichter, televisiemaker

De spil van VPRO Boeken op tv was ook zeer actief als dichter, schrijver en bloemlezer.

Wim Brands in 2005. Foto Kippa

De maandagochtend plotseling op 57-jarige leeftijd overleden Wim Brands was niet alleen de spil en presentator van het televisieprogramma VPRO Boeken, hij was ook zeer actief als dichter, schrijver en bloemlezer. Enkele weken geleden stopte hij tijdelijk met het programma. Volgens de VPRO werd Brands getroffen door een depressie die hem „totaal onverwacht naar een zelfgekozen einde dreef”.

Zijn elf jaar geleden begonnen programma werd het voornaamste – en al snel ook enige – boekenprogramma op de Nederlandse televisie. Het grootste deel van het werk deed Brands zelf. Zijn interviews waren kalm, uitstekend voorbereid en geïnteresseerd, zijn keuze van gasten was vaak onmodieus.

Brands nodigde schrijvers, van fictie én non-fictie, uit die hij zelf de moeite waard vond. En nam vervolgens tien of twintig minuten de tijd voor ze.

Die eigenzinnigheid en de afwezigheid van grootspraak sloegen aan en VPRO Boeken voegde zich in het zondagochtendritueel van veel kijkers met literaire belangstelling, ‘Brands’ werd een toevluchtsoord van de lezende televisiekijker. En daarmee tot vast ijkpunt in de publiciteitsplannen van uitgevers. Die zagen vaak meer voordeel in een goed gesprek bij Brands dan in een vluchtig optreden op prime time.

Brands maakte lange dagen en publiceerde veel.

Zo verschenen in 2014 een dichtbundel en het boek Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het. Gesprekken met René Gude. Vorig jaar stelde hij met Jeroen van Kan Nederland. Een objectief zelfportret in 51 voorwerpen samen en verscheen de door hem samen met zijn dochter Nikki gemaakte bloemlezing De Nederlandse literatuur van de 21ste eeuw, met werk van jonge schrijvers. Ook presenteerde hij een maandelijkse talkshow in de Rotterdamse boekhandel Donner en had hij zitting in literaire jury’s.

Wim Brands werd op 29 maart 1959 geboren in het Gelderse Brummen. Zijn ouders hadden een verschrikkelijk huwelijk, zou hij later zeggen. „Mijn jeugd was een hel.” Hij trok naar het westen „om letters te vreten”. Zijn vader, die getroffen werd door zware aanvallen van epilepsie, pleegde later zelfmoord. Brands publiceerde zijn eerste gedichten in 1979 in Hollands Maandblad en combineerde zijn dichterschap steeds met journalistiek werk. Hij werkte voor het Leidsch Dagblad, Vrij Nederland en lang voor de VPRO. Voor die omroep maakte hij al jaren vóór zijn televisietijd het radioprogramma Brands met Boeken. Ook was hij een van de oprichters van het culturele radioprogramma De Avonden.

Brands’ eerste dichtbundel, Inslag, verscheen in 1985. Er zouden er nog zes volgen, waarvan de laatste, ’s Middags zwem ik in de Noordzee (2014), het meeste succes oogstte. Brands’ gedichten zijn op het eerste gezicht eenvoudig. „De aanleiding is (of lijkt) anekdotisch”, schreef Arie van den Berg in de recensie van de bundel in NRC, „maar eenmaal tot vers gestold, raken de regels aan verborgen lagen.”

Opvallend in die bundel was een lange „brief aan zijn jongere ik”. Die bevatte een herinnering aan zijn vader „lang voordat hij zelfmoord pleegde” en de passage: „Je had te hard gewerkt, zei je omgeving. Maar nadien ging je nog harder werken en één ding had je in elk geval van je ouders geleerd: van hard werken ging niemand dood.”

Naar aanleiding van de bundel zei Brands: „Poëzie wordt als muziek aan je meegedeeld, het begrijpen komt later pas.”