‘Als dominee moet je het goede voorbeeld geven’

Rob Visser (64) is dominee van de Binnenwaai, de protestantse kerk op het Amsterdamse eiland IJburg. Daarnaast is hij elders in de stad actief voor de kerk. Samen met zijn vrouw woont hij op datzelfde IJburg.

Foto Bob van der Vlist

IN

‘Voor deze baan zou ik in eerste instantie nooit hebben gesolliciteerd. Ik was al 35 jaar werkzaam als dominee in verschillende gemeenten, toen de Protestantse Kerk in Nederland zich in 2010 afvroeg of een kerk in een vinexwijk als IJburg zou werken. Ik was er niet zo van overtuigd, maar de kerk had er wel vertrouwen in, dus zijn we naar Amsterdam verhuisd. Binnen drie jaar was het project volledig gelukt en hadden we een groep van honderd tot honderdvijftig man die bij de Binnenwaai betrokken is. Inmiddels organiseren we verschillende sociale projecten, zoals een opvang voor gescheiden ouders, een kinderboerderij, en verschillende vormen van jeugdwerk. Ik ben voor de helft werkzaam op IJburg en daarnaast als stadsdominee een soort vliegende keep in de rest van de stad.

Als dominee werk je vierentwintig uur per dag, je kunt nooit een bordje ophangen met ‘heden gesloten’. Dat is soms best zwaar, zeker in tijden van vieringen, zoals met Kerst of Pasen. Afgelopen Kerst hadden we een viering op IJburg én een buitenviering op de Nieuwmarkt. Dat was een hele happening, dus na de Kerst was ik wel even opgebrand. Dan is het goed dat je weer even bij kan komen tot Pasen, de drukste tijd van het jaar. In totaal werk ik 50 tot 60 uur per week en krijg 35 uur uitbetaald. Dat is normaal voor een dominee: de kerk is een vrijwilligersorganisatie. Dan moet je als dominee natuurlijk wel het goede voorbeeld geven.”

UIT

‘Thuis ben ik alleenverdiener, dat is altijd zo geweest. Mijn vrouw kon er hierdoor volop zijn voor het gezin, dat hebben we altijd heel fijn gevonden. Het maakt wel dat je financieel soms minder mogelijkheden hebt: mijn vrouw heeft geen aanvullend pensioen, dus straks is er minder te besteden. Maar we hebben er geen moment spijt van gehad. Het is ook altijd volledig haar eigen keuze geweest. Ze is net als ik theologie gaan studeren en helpt me veel in mijn werk, maar dat is allemaal pro deo.

Onze grootste, losse kostenpost zijn de boodschappen, de drogist, bezoekjes, en bloemen en cadeaus die je zo af en toe voor iemand koopt. Dat alles wordt betaald uit de huishoudpot. Als er iets overblijft gaat mijn vrouw naar de kapper, of sparen we het geld op.

Ik heb een hele oude Volvo met 610.000 kilometer op de teller, dus daar zijn bijna geen afschrijvingen voor. Bovendien heb ik nog nooit een wagen gehad met zo weinig reparatiekosten. Onlangs moest er wel een nieuwe radiateur in voor 200 euro, maar zoiets gebeurt niet vaak. Al weet je natuurlijk nooit hoe lang hij het nog volhoudt. Volgens de ANWB is hij nog maar 80 euro waard, maar ik hoop deze auto te kunnen houden tot ik eind 2017 met pensioen ga. Daarna gaan we kijken naar een zuinigere auto, je moet toch een beetje rekening houden met het milieu. Met deze auto kom ik Utrecht en Rotterdam niet eens meer in.”