Alles mag als het beweegt

Bewegend beeld is niets bijzonders meer. Maar als kunstenaars de techniek in dienst van de illusie inzetten, levert dat een mooie tentoonstelling op.

Starmachine van Felix Burger & Weisser Zwerg

Schilderijen, die zijn ook te zien op de tentoonstelling van nieuwe film- en videomakers in Eye. Maar dan wel schilderijen met flikkerende lichtjes erop, zodat je ze toch als bewegende beelden kunt definiëren. Film en video – bewegend beeld – wordt ruim genomen op deze tentoonstelling, die behalve schilderijen ook allerlei installaties bevat. Wie niet wist dat hij op een tentoonstelling rondliep die gewijd was aan film en video, was het misschien niet eens opgevallen; het had ook gewoon over nieuwe of jonge kunstenaars kunnen gaan. Want bewegend beeld is in de kunst niets bijzonders meer; er zijn meer beeldend kunstenaars die filmen dan die schilderen. Veel makers bedienen zich van allerlei genres. Over tien jaar zal een tentoonstelling als deze misschien niet eens meer gemaakt worden.

Maar er is nu genoeg goeds te zien; ook als we de leidraad loslaten. Conservator Jaap Guldemond heeft veel kunstenaars gekozen die de wind mee hebben. Zo hebben de broers Florian en Michael Quistrebert (1976 en 1982), de makers van de schilderijen met lichtjes, nu ook een grote tentoonstelling in het Palais de Tokyo in Parijs, draait de speelfilm Full Contact van David Verbeek (1980) net in de bioscoop en is Melanie Bonajo (1978) een van de gegadigden voor het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië.

De helft van de gekozen kunstenaars volgde de Rijksakademie in Amsterdam, zoals Felix Burger (1982), van wie de grote installatie Weisser Zwerg is te zien, waarin onder meer door licht beschenen vuilniszakken met gaatjes erin het heelal verbeelden en Janis Rafa (1984), die op meerdere schermen een requiem opvoert, een keer bij een scheepswrak en een keer voor bij een auto-ongeluk omgekomen varkens. Bijzonder is de installatie van Mariska de Groot (1982), die oude technieken op een nieuwe manier gebruikt. In haar installatie zorgt licht niet alleen voor wat je ziet maar ook voor wat je hoort: abstracte patronen voor oog en oor.

Op een tentoonstelling die nadrukkelijk over film en video gaat heeft werk dat niet alleen van een techniek gebruikmaakt maar die ook tot onderwerp heeft een streepje voor. Zachary Formwalt (1979) maakte Unsupported Transit in 2011 en daarmee is het een van de oudere werken in Eye. Unsupported Transit laat de bouw zien van de aandelenbeurs van de Chinese stad Shenzhen, een ontwerp van Rem Koolhaas. De film is gemaakt met behulp van timelapsefotografie, waardoor het lijkt alsof het gebouw zeer snel in elkaar gezet wordt. Het is een techniek die volgens Formwalt vaak wordt gebruikt bij het filmen van bouw. Hij wijst erop dat dankzij die techniek de arbeiders haast uit beeld verdwijnen: het is alsof het gebouw zichzelf gebouwd heeft. De titel van dit werk, Unsupported Transit, verwijst naar de galop van paarden. Eeuwen vroegen mensen zich af of en hoe een paard tijdens de draf en galop met vier benen van de grond komt. Pas dankzij de foto’s van Edward Muybridge kon die vraag eind negentiende eeuw beantwoord worden. Maar fotografie en film kunnen ook dingen onzichtbaar maken of laten; ook deze techniek staat in dienst van illusies, die kunstenaars kunnen inzetten of juist ontmaskeren.