Column

Tja

Gistermiddag lag ik op een grasveld in Rotterdam. Mijn vrienden hadden het over het referendum. Ze zeiden alles wat al was gezegd. Dat een referendum niet democratisch is (want bij een democratie kies je mensen die jou vertegenwoordigen, die al hun tijd en aandacht besteden aan het bedrijven van een voor jou gunstige politiek). De ene helft van mijn vrienden zei dat ze niet gingen stemmen zodat de dertig procent drempel niet zou worden gehaald. De andere helft zei dat strategisch (niet-)stemmen niet werkt en dat ze daarom dus wél naar de stembus gaan.

Het enige waar we het over eens waren, is dat het referendum niet gaat over het associatieverdrag. Waar we morgen over stemmen is, als je de uitspraken van pro en contra naast elkaar legt, het volgende:

1. Of Nederland bij de EU moet blijven. De GeenPeilers hebben immers al gezegd dat dat hun ware drijfveer is. Het maakt hen geen bamibal uit of dat associatieverdrag erdoor komt of niet.

2. Of we willen we dat er referenda worden gehouden. Want dat is de boodschap die de niet-opdagers willen afgeven.

Door niet te gaan stemmen zeg je dus verschillende dingen: A. dat je referenda stom vindt, of B. dat je denkt dat strategisch stemmen werkt, of C. dat je geen zin of tijd had om te gaan stemmen. Je mening om A. werd niet gevraagd, bij B. ben je niet eens een plek in een democratie waard en in het geval van C. kun je net zo goed je burgerschap in de oudpapierbak doen.

Door ‘nee’ te stemmen zeg je dat dat associatieverdrag er niet mag komen. Maar voor sommigen betekent dat ook dat je tegen de EU bent. Of vindt dat de Oekraïne achter de ramp met de MH17 zit.

Wie morgen ‘ja’ stemt, stemt misschien voor het verdrag. Maar ook, getuige de posters van de jongerenfractie van de PvdA waarop Poetin en Wilders met elkaar muilen, dat je tegen de PVV en Rusland bent. Wat je ook stemt, je zegt er verschillende dingen mee.

„Maar als er een ‘nee’ uitkomt”, zei mijn zus, „zijn de rapen wel gaar. We weten inmiddels wel dat ongeacht de uitkomst dat associatieverdrag gewoon doorgaat. Gevolgd door luidkeels protest van de referendafanaten. En nog meer volksraadplegingen.”

Daar had ze een punt. Sommige fanatici zullen zeggen dat het negeren van hun advies ondemocratisch is. Feitelijk komt het neer op: ‘onze zin niet doen is ondemocratisch’. Want je weet nooit zeker (zie boven) waarom iemand ‘nee’ heeft gestemd.

’s Avonds lag ik er wakker van. Eigenlijk zouden we een referendum moeten houden of de Wet Raadgevend Referendum, die dit soort volksraadplegingen mogelijk maakt, kan worden opgeheven. Het zou veel geld, gedoe en onduidelijkheid schelen. Tevreden sliep ik in.