Schelvis moet blijven praten

Jules Schelvis sprak niet over zijn ervaringen in ‘de kampen’. Vraag maar aan je moeder, zei hij, als zijn kinderen ernaar informeerden. Tot hij zich op latere leeftijd realiseerde dat hij letterlijk een van de zeer weinigen ter wereld was die nog konden navertellen wat er zich daadwerkelijk heeft afgespeeld in kamp Sobibor en in nog zes van de concentratie- en vernietigingkampen die de Duitse nazi’s hadden ingericht om de Joden uit te roeien. Niet ver weg, maar dichtbij. Om de hoek van de rest van Europa, dat na de Tweede Wereldoorlog lange tijd in staat noch bereid was om dat in te zien.

Schelvis begon een nieuw leven, zijn zoveelste, en dat bestond uit vertellen. Onverschrokken, op scholen, in lezingen, in interviews, als gids in Sobibor, in een reeks boeken, als mede-aanklager in het proces tegen Demjanjuk, kampbewaarder in Sobibor. Alles greep hij aan om zijn verhaal te doen, en weer en weer en weer.

Zijn grote verdienste is dat hij duidelijk maakte dat er geen reden is om, zoals wel eens gezegd, „nou eindelijk eens op te houden over die oorlog”. ‘Die oorlog’ is inmiddels geschiedenis geworden, dat klopt. Maar Schelvis toonde aan dat daarmee de kous niet af is. De Jodenvervolging was massamoord. Die massa was samengesteld uit miljoenen individuen. Zij werden afgevoerd, mishandeld, gemarteld en vermoord door een groot aantal andere individuen. Dat inzicht overstijgt het domein van de geschiedschrijving. Het draagt bij aan de kans dat het niet opnieuw gebeurt – daarvan was Schelvis overtuigd, vandaar zijn onvermoeibare vertellust.

Jules Schelvis, die op zijn 22ste had zullen sterven, overleed afgelopen zondag. Hij werd 95. Het wonder van zijn leven noopte hem tot een volgend wonder: zijn standvastig vasthouden aan de opdracht die hij zichzelf stelde door bijvoorbeeld in leven te houden wat de 34.313 Nederlanders doorstonden die, anders dan hij, Sobibor niet hadden overleefd.

In het mooiste oorlogsgedicht, zo beroemd dat het bijna een cliché is geworden, schreef Leo Vroman:

kom vanavond met verhalen / hoe de oorlog is verdwenen /en herhaal ze honderd malen / alle malen zal ik wenen.

Vrede titelde Vroman dat gedicht. Oftewel: geen vrede zonder de verhalen van de oorlog die eraan vooraf ging. Ook Schelvis besefte dat. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en praktiseerde dat inzicht zo hyperactief als hij kon.

Zo’n Mens verdient het aanhoudend herdacht te worden. Maar nog meer dan dat heeft Jules Schelvis er recht op dat zijn inspanningen worden voortgezet door zijn nabestaanden. Dat zijn alle Nederlanders, inclusief die nog geboren zullen worden.