Rouwen om Elita

Brussel Elita Weah (40) ontvluchtte de burgeroorlog in Liberia. Ze kwam om het leven bij de aanslag op vliegveld Zaventem. Sindsdien zit haar flat vol met rouwende familie en vrienden.

Familie en vrienden verzamelen zich sinds 22 maart in het huis en de tuin van Elita Weah in Deventer Foto Ilvy Njiokiktjien

Elita Weah had vliegangst. Dat vertelde ze haar jongere broer de avond voor vertrek naar de Verenigde Staten. „Het voelt niet goed”, zei ze tegen Otis. Maar ze pakte haar koffers, want de begrafenis van je stiefvader zeg je niet zonder goede reden af. „Mijn zus stond altijd voor iedereen klaar”, zegt Otis.

De alleenstaande bijstandsmoeder, lid van pinkstergemeente De Banier, zou samen met haar broer Randall naar New York vliegen. Maar hij kwam geld te kort voor een ticket. En dus stond Elita (40) op 22 maart alleen bij de incheckbalie toen er op vliegveld Zaventem bij Brussel bommen af gingen.

In de volgepakte huiskamer van de flat van Elita in Deventer vertelt Randall dat hij en haar zes andere broers en zussen nog steeds niet kunnen geloven dat Elita in het veilige Europa door terroristen is vermoord – een kwart eeuw nadat zij haar geboorteland Liberia om de burgeroorlog was ontvlucht.

De familie van Elita komt uit Zwedru, een kleine stad in het oosten van Liberia. Het gezin Weah behoorde tot de Krahn-stam. Dezelfde stam van president Samuel Doe. Toen die in 1990 vermoord werd door rebellen, was de familie haar leven niet meer zeker. Vrienden werden vijanden. De broers en zussen ontvluchtten de chaos op eigen kracht. De een belandde in Nederland, de ander in Amerika, een derde in Duitsland. Maar de meesten, ook Elita, leefden eerst een paar jaar in buurland Ivoorkust.

Om daar te komen zwierf Elita een week door de jungle. Op een boomstam voer ze over de Cavalla, de grensrivier tussen Liberia en Ivoorkust. Dat zij in Ivoorkust haar ouders terugvond, is een klein wonder. Samen teelden ze rijst vanuit een kleine boerderij bij Bouaké. Een simpel maar gelukkig bestaan: ze waren blij dat ze nog leefden.

Hoe Elita daarna in Nederland terechtkwam, weten haar broers en zussen niet. „Het was een verwarrende tijd”, zegt broer Rasco. „Als je hebt overleefd wat wij overleefden, kijk je liever vooruit.” Zeker is dat Elita eind jaren negentig als vluchteling naar Nederland kwam. In 2007 werd ze Nederlands staatsburger.

Een meisje met twee paardenstaarten steekt haar hoofd om de hoek van de kamer. De dertienjarige dochter van Elita wrijft de slaap uit haar ogen. Sinds de dood van haar moeder spookt het in haar hoofd. Lisa is bang voor vreemde mensen, durft niet meer alleen naar de stad. De dagen na de aanslag schreeuwde zij liggend op de vloer om haar moeder. Hoe gaat het nu met haar?

„Beter.”

‘Mijn zus is geen pakketje dat we naar onze ouders op de post doen’

Komt dat door haar familie?

Aarzelend knikje. „Ja.”

Familie en vrienden verzamelen zich sinds 22 maart in het huis en de tuin van Elita Weah in Deventer

Wil ze iets vertellen over haar moeder?

„Het was een hele lieve moeder. Als iemand hulp nodig had, was zij de eerste die ging helpen.”

Konden ze het goed vinden samen?

„Ja. Ze noemde mij haar handtas. Omdat we altijd samen waren.” Een voorzichtig lachje.

Leken ze op elkaar?

„Net als zij ben ik een doorzetter. Ik geef nooit op. Dat doe ik nog steeds niet. Voor haar.”

Uitrusten in Liberia

Lisa vertelt dat haar moeder haar heeft toevertrouwd dat ze in Liberia begraven wil worden. „Ze wilde in haar geboorteland uitrusten als ze moe was.” Lisa gaat er alles aan doen om ervoor te zorgen dat Elita in het bijzijn van haar familie op haar geboortegrond begraven wordt.

Hoe belangrijk is het dat die wens van haar moeder uitkomt?

„Heel belangrijk. Als het lukt, ben ik heel blij. We moeten dat voor elkaar krijgen.”

Wat heeft haar moeder haar verteld over Zwedru?

„Dat het daar lekker warm is. Zó warm, dat ze bijna doodging van de hitte.” En o ja, samen met haar moeder stuurde Lisa ook oude kleren naar Liberia. Ze heeft zich voorgenomen dat te blijven doen.

Wat heeft zij van haar moeder geleerd?

„Dat ik respect moet hebben voor mensen. En dat ik altijd moet blijven geloven in God, ook al snap ik het niet. Gewoon doen.”

Waarom gaat het nu beter met haar?

„Ik heb mijn moeder gezien.”

Het lichaam van Elita is overgekomen naar Deventer en ligt gebalsemd opgebaard in een rouwcentrum. „Ik heb een paar keer naar haar geroepen, maar ze gaf geen antwoord. Daarom weet ik nu dat ze echt weg is. Ik realiseer me dat ik alleen door moet gaan.”

Niet ieder voor zich

Het krappe appartement in Deventer zit propvol. Broers, zussen, vrienden, een jongerenwerkster van Pinkstergemeente De Banier – sommigen zijn er al sinds de dag van de aanslag. We rouwen, zegt huisvriend David Okoro. Niet ieder voor zich, maar familie en vrienden samen. De hele dag. Op z’n Afrikaans. „We troosten, bidden, en halen herinneringen op. Die steun geeft ons kracht.”

Veel mensen helpen, vertellen de Weahs. De baas van Randall bijvoorbeeld, hij heeft een kruiden- en specerijenbedrijf in Wijhe. Die heeft geregeld dat de familie vaccinaties kon halen en liet via een bevriende uitvaartondernemer Elita’s lichaam overkomen naar Nederland. En de burgemeester kwam woensdag vertellen dat de gemeente Deventer „zesduizend euro voorschiet”, zolang het calamiteitenfonds nog niet uitkeert.

Daarmee kan Elita naar Liberia vliegen, zegt Randall. „Maar mijn zus is geen pakketje dat we naar onze ouders op de post doen. Zonder dochter, broers en zussen, dat kan toch niet?” Geld voor tickets heeft de familie niet, een buurvrouw is daarom een inzamelingsactie begonnen. Huisvriend David Okoro verbijt zich. „Waarom neemt de regering in Nederland niet haar verantwoordelijkheid? Ik vind dit gemeen. Lita was een Nederlander en werd slachtoffer van zelfmoordterroristen. Zij verdient een begrafenis met haar ouders, dochter, broers en zussen.”

We nemen contact op met een goede vriend van de ouders van de omgekomen broer en zus Pinczowski uit Maastricht. Benoit Wesly, een familievriend, vertelt dat Sascha en Alexander voor de balie van Delta Airlines stonden toen de bommen ontploften. „De luchtvaartmaatschappij heeft daarom alle kosten rond de begrafenis vergoed”, zegt hij. Dat geldt ook voor nabestaanden van andere dodelijke slachtoffers die met Delta zouden vliegen. „Alleen Elita heeft de luchtvaartmaatschappij nog niet weten op te sporen.”

Dezelfde avond nog belt Delta Airlines met Rasco Weah in Deventer. De Amerikaanse luchtvaartmaatschappij belooft tickets naar Liberia te betalen: in ieder geval voor Lisa en zeven broers en zussen Weah. Vanuit de Liberiaanse hoofdstad Monrovia rijdt het gezelschap in elf uur onder escorte naar Zwedru. Daar wordt Elita begraven tussen haar voorouders. Heel Zwedru zal uitlopen, voorspelt Rasco, een paar duizend man. „We moeten flink wat eten en drinken inslaan.” Zus Bentha: „Alleen als we Elita met de familie begraven, kunnen onze vader en moeder vrede krijgen met de dood van hun dochter.”

Antwoord op vragen

Hoe waren de laatste minuten van Elita Weah, tussen de doden, gewonden en rondslingerende koffers? Hoe kan het dat haar lichaam – op wat wonden op haar benen na – intact is? Leefde zij nog toen de hulpdiensten haar vonden? En hoe lang liet hun komst precies op zich wachten? Haar broers en zussen willen het weten. „Ik heb wel honderd keer gebeld naar België”, zegt Rasco. „Niemand geeft antwoord op mijn vragen. Is dat omdat ik een zwarte man ben?”

Net als de ouders van Alexander en Sascha Pinczowski verdenkt Rasco het vliegveld van Zaventem van „ernstige nalatigheid”. Hij voelt zich daarin gesterkt door het vernietigende oordeel van de Belgische luchtvaartpolitie, die ‘grote laksheid’ op het vliegveld constateerde. „De Belgen hebben mijn zus vermoord”, zegt Rasco. „Ik zal terugvechten.”

Afgelopen dinsdag had Rasco contact met de Pinczowski’s via huisvriend Wesly. Als de familie uit Maastricht vliegveld Zaventem voor de rechter sleept – en die kans acht Wesly groot – wordt het contact met de Weahs geïntensiveerd. Wesly sluit niet uit dat ook andere nabestaanden en gewonden zich zullen aansluiten.

In de gang van de kleine flat in Deventer moppen vrouwen de vloer. Anderen zetten koffie in de keuken. In de huiskamer kijkt Randall voor zich uit. „De terroristen hebben mij klaarwakker geschoten”, zegt hij. De vrijheid in Europa is beperkter dan hij dacht. Ook hier stapt hij niet meer zorgeloos een trein in. „Elita is niet in een Afrikaanse burgeroorlog gestorven maar door een bom op een Brussels vliegveld.”