Revolutie in het Engelse onderwijs

Verenigd Koninkrijk De Conservatieve regering wil de bedroevende onderwijsresultaten opkrikken. Op de Ark Conway-school in Londen zijn ze al begonnen.

De Ark Conway-school in het westen van Londen.

Joseph en Scarlett komen keurig een hand geven als er opeens bezoek in hun klaslokaal staat. Terwijl juf Hung doorgaat met de les – een gedicht moet worden ontleed, „in strofes, heet dat geloof ik”, zegt Joseph – vertellen ze over wat er die ochtend op het lesprogramma staat. Het vierde jaar, de acht- en negenjarigen, begon met rekenen. „Op hoeveel manieren je 5 pond kunt verdelen”, vertelt Scarlett.

Elders op de Ark Conway-school, in het westen van Londen, wordt ook gerekend. Jaar twee krijgt sommen als: „Wat is meer: ¼ van 16 pond of ½ van 8 pond?” – meester Welsh beweegt op zijn digitale schoolbord de wijzers van een klok. Jaar drie houdt een kringgesprek, en danst vervolgens wild op muziek. De helft van de peuterklas moet van juf Goodfellow in „hele zinnen” vertellen over het paasfeest, de andere helft oefent in de bibliotheek op de uitspraak van moeilijke woorden.

Vijf jaar geleden was NRC ook op bezoek bij Ark Conway, enkele dagen voor de school zijn deuren opende. Toen rook het naar verf en nieuwigheid. Directeur Damian McBeath zat vol ideeën, die allemaal nog moesten worden uitgeprobeerd.

Ark Conway behoorde tot een nieuw type school, dat werd weggehaald onder het ‘juk’ van de gemeenten. De directeuren mochten zelf het curriculum bepalen en zelf leraren aannemen. Geld kwam rechtstreeks van het ministerie van Onderwijs.

Het moest het Engelse onderwijs verbeteren. Naar internationale maatstaven scoort het land middelmatig. Op de laatste PISA-ranglijst – het resultaat van een internationaal onderzoek naar schoolprestaties in OESO-landen – staat het land 23ste voor lezen, en 26ste voor rekenen. Eén op de vijf Britse schoolverlaters ontbreekt het aan basisvaardigheden. De kwaliteit van scholen wisselt sterk; een slechte school betekent nog altijd dat de kans op toelating tot hoger onderwijs nihil is.

Ark Conway is nu niet alleen een bloeiende school, maar de beste van alle 15.000 basisscholen in Engeland. Twee jaar geleden haalde ieder kind het verwachte niveau – of hoger – in rekenen en taal. Slechts één privéschool presteerde even goed in Engels. De onderwijsinspectie noemt de Ark Conway „uitstekend”. Niet slecht voor een school in een van de armste wijken van het land.

Niet gek ook dat de Ark Conway-school symbool is geworden voor de „onderwijsrevolutie” van de Britse regering. Over zes jaar moeten álle Engelse openbare scholen, zowel op basis- als op middelbaar niveau, een academie zijn geworden, kondigde zij half maart aan. Gemeenten zullen vanaf dan geen bemoeienis meer hebben met onderwijs.

Overheidsdictaat

De onderwijsbonden zijn tegen. Christine Blower van de National Union of Teachers meent dat de keuzevrijheid van ouders, die door de komst van vrije scholen en academies juist had moeten worden vergroot, nu weer wordt afgeschaft. „In plaats daarvan wordt er een autoritair overheidsdictaat op scholen geplaatst”, zei ze in een verklaring.

Vragen zijn er ook of het niveau van het onderwijs echt wordt opgekrikt. Het hoofd van de schoolinspectie, voorstander van academies, concludeerde eerder dit jaar bij „dezelfde zwaktes als bij de slechtst presterende gemeenten”. Slechts 15 procent van de academies deden het beter dan het landelijk gemiddelde, en 44 procent van de openbare scholen.

Critici wijzen er ten slotte op dat – hoewel de onderwijsinspectie toezicht houdt – de scholen nu in handen komen van wat de Local Government Association „niet-gekozen functionarissen” noemt. In het geval van Ark Conway is dat de liefdadige onderwijsinstelling Absolute Return for Kids (ARK), opgericht door de miljardair Arpad Busson, eigenaar van een hedgefonds.

McBeath kent de kritiek. Hij is nu niet alleen directeur van Ark Conway, maar ook van twee openbare basisscholen in de buurt die onder zijn leiding academies werden. De scholen presteerden zo slecht dat de gemeente bij Ark aanklopte voor hulp.

„De leraren waren het er niet mee eens. Ze demonstreerden, gingen met hun verhaal naar de lokale krant. Ze vreesden dat hun school een kil bedrijf zou worden.”

Dat is wel het laatste wat je denkt bij Ark Conway. De conciërge begroet ’s ochtends iedereen, ouders en kinderen, bij naam. Ieder klaslokaal is anders. Zo zijn de tafels van jaar vier pizzapunten, die makkelijk in en uit elkaar gehaald kunnen worden, al naar gelang het werk. Bij de kleuters ligt een kleurig kleed op de vloer. En overal wordt gelachen.

McBeaths filosofie is dat school niet institutioneel moet voelen. Hier geen kantinelunch waar eten uit grote bakken wordt opgeschept op borden die zijn verdeeld in vakjes voor aardappelen, vlees en groente. Wel gewone borden en schalen, waaruit wordt opgeschept. Maar er zijn ook regels: uniformen moeten netjes zijn, ouders betrokken, briefjes aan school niet in een al te gezellig lettertype getikt, en leraren worden niet met hun voornaam aangesproken. „Goedemorgen, meneer McBeath”, klinkt het in koor.

Digitaal burgerschap

De dagen zijn lang: van half negen tot vier uur. McBeath zegt: „De mensen die klagen dat alle scholen nu zo worden, begrijpen het niet. Onze dagen zijn lang zodat we heel veel kunnen leren. Kunst of digitaal burgerschap is bij ons geen extraatje, maar deel van het curriculum.” Daarna is er óf de naschoolse opvang, met spelletjes tot de ouders komen, of een ‘verrijkingsclub’, zoals voetbal of film. Die worden ook door de leraren gehouden.

Die leraren vertellen enthousiast over hun werk. Rebecca Carver vertelt over de rekenmethode, die is gebaseerd op een aanpak uit Singapore. „In plaats van het abstracte ‘2+3=5’ leren we de jongsten met blokken te rekenen. Zo wordt rekenen visueel.” Even bezield vertelt ze over het loopbaanplan dat de school heeft: leraren in opleiding en klassenassistenten worden zelf verder opgeleid.

Bij de twee andere scholen kon McBeath natuurlijk niet bij het begin beginnen. Allereerst omdat leerlingen, ouders en leraren al in een bepaalde denkrichting zaten.

„Ik deed bij Bentworth [een van de andere scholen] een peiling. Wat wilden ze? Iedereen antwoordde: betere prestaties. Maar sommige leraren zeiden dat er ‘gegeven de achtergrond’ van de kinderen niet veel verbetering viel te verwachten. Ze waren al blij als ze naar school kwamen. Tegen die manier van denken moest ik vechten.”

Hij vertelt, nog altijd met verbazing: „Het logo van Bentworth was een wilg, met van die hangende takken. Niet dat er een wilg op het schoolplein stond, die was allang dood. Het logo was dus een dode boom.” Nu: een „trotse” zonnebloem, symbool voor ambitie.

„Sommige leraren lukte het niet te veranderen. Maar de ouders draaiden bij toen de resultaten binnenkwamen. Opeens bleken hun kinderen in jaar één te kunnen lezen, in plaats van jaar drie.” McBeath zegt trots:

„Bentworth staat nu in de top van scholen in Londen die het meest vooruit zijn gegaan.”