Rechtszaak tegen Keniaanse vicepresident opgeschort

De rechtszaak tegen William Ruto is nietig verklaard wegens politieke inmenging en beïnvloeding van getuigen.

William Ruto, de vicepresident van Kenia, in de rechtbank in Den Haag in september 2013. Foto Michael Kooren/AFP

De rechtszaak die het Internationaal Strafhof had aangespannen tegen de vicepresident van Kenia is opgeschort. De rechters in Den Haag verklaarden de rechtszaak tegen William Ruto dinsdag nietig omdat politieke inmenging en beïnvloeding van getuigen een eerlijk proces onmogelijk zouden hebben gemaakt.

De rechters van het ICC hebben alle aanklachten tegen Ruto afgewezen, maar benadrukten volgens Reuters dat de aanklager de aanklachten opnieuw mag aanbrengen in een nieuwe zaak. Ruto, vicepresident onder president Uhuru Kenyatta sinds 2013, stond terecht wegens misdaden tegen de menselijkheid. Volgens het strafhof zou hij een rol hebben gespeeld tijdens het geweld dat oplaaide na de presidentsverkiezingen in 2007, dat uiteindelijk aan zeker elfhonderd Kenianen het leven kostte. Ruto zou samen met president Kenyatta en omroepman Joshua Sang het geweld hebben georkestreerd.

Al langere tijd leek de rechtszaak tegen Ruto gedoemd te mislukken. In februari werden vijf getuigenverklaringen al onbruikbaar verklaard omdat getuigen hun verhaal hadden veranderd of weigerden een verklaring af te leggen. Vlak daarvoor riepen Afrikaanse leiders het Strafhof op de zaak van Ruto op te schorten, en een jaar geleden werd een belangrijke getuige vermoord. Ruto wil naar alle waarschijnlijkheid weer meedoen met de presidentsverkiezingen in 2017 of 2022 in Kenia.

Opnieuw tegenslag

Het is de tweede tegenslag voor het Internationaal Strafhof omtrent het verkiezingsgeweld in 2007 en 2008 in Kenia. Het hof zag zich eerder genoodzaakt zag de rechtszaak tegen president Kenyatta in te trekken omdat getuigen waren omgekocht of bedreigd.

Op het continent Afrika is het Internationaal Strafhof in Den Haag omstreden, omdat het tot nu toe enkel rechtszaken heeft aangespannen tegen Afrikaanse leiders. De Afrikaanse Unie noemt die gang van zaken disproportioneel. Slechts twee mensen zijn tot nu toe door het hof veroordeeld: de Congolese krijgsheren Lubanga en Katanga.