‘Na je dood leef je in anderen voort’

Tee is de enige Nederlandse kunstenaar die uitgenodigd is nieuw werk te produceren voor de Manifesta in Zürich. Ze zal deze zomer een installatie maken in een rouwcentrum.

Jennifer Tee, Ether Plane/ Material Planeder,Atom series 1 (65×65 cm) Foto Gert Jan van ROOIJ

Ze was een van de laatste namen die werd toegevoegd aan de deelnemerslijst van Manifesta, de Europese biënnale die deze zomer in Zürich gehouden wordt. Afgelopen november kwam Christian Jankowski, de Duitse kunstenaar die dit jaar curator is van Manifesta, in de Bijlmer op studiobezoek bij Jennifer Tee. Vandaag maakte Manifesta bekend dat Tee, die bekendstaat om haar kleurrijke installaties vol multiculturele invloeden, bij de selectie zit van dertig kunstenaars die nieuw werk mogen maken voor de tentoonstelling.

Het thema van deze elfde editie van Manifesta is ‘What People Do For Money: Some Joint Ventures’. Kunstenaars worden gekoppeld aan gastheren en gastvrouwen die allemaal een specifiek beroep vertegenwoordigen, van bakkers en kappers tot bankiers of brandweerlieden. Tee stelde voor om met een begrafenisondernemer samen te werken. Ze is net terug uit Zürich, waar ze een ontmoeting had met haar ‘host’ Rolf Steinmann, die als directeur Bestattungsamt hoofd is van alle begraafplaatsen van Zürich. „Het klikte meteen. We hebben een aantal mogelijke locaties bezocht, waaronder een mortuarium en een rouwcentrum.”

Op die laatste plek, in twee zaaltjes van de Aufbarungs Warteraum op de begraafplaats Rehalp, zal Tee komende zomer een nieuwe installatie maken. „Het is een locatie die zowel neutraal is als confronterend. De ruimtes zijn klein, maar je ziet direct waar ze voor bedoeld zijn. Het is een soort tussengebied, waar mensen worden opgebaard voordat ze begraven of gecremeerd worden. Ze zijn al overleden, maar hun lichaam is nog aanwezig. Dat lichaam is heel privé, maar hier komt het in een ander stadium terecht. Het is overgeleverd aan een bepaalde industrie, het is een object geworden. Er zit een zeker perfomatief element in de handelingen die daarna worden verricht met dat lichaam: het balsemen, het aankleden, het opmaken.”

Veel van de werken van Tee gaan over de connectie tussen lichaam en geest. Ze is erg geïnteresseerd in die tussenfase tussen leven en dood, vertelt ze. „Zolang je leeft, draag je al je herinneringen en ervaringen met je mee. Dat verandert op het moment dat je komt te overlijden. Dan wordt jouw geheugen overgenomen doordat andere mensen jou in herinnering gaan nemen. Op die manier leef je dan deels toch voort. Het zijn thema’s waarmee ik mij in mijn werk bezighoud, en waarover ik ook met de begrafenisondernemer heb gesproken. Hij vertelde me dat hij altijd aanklopte voordat hij de deur van een opbaarkamer binnentrad, uit respect voor die overleden persoon. Dat vond ik mooi. Blijkbaar wordt het lichaam dan toch nog niet gezien als object.”

Tee bezocht in Zürich ook diverse galeries die gespecialiseerd zijn in etnografica. Ze bekeek Afrikaanse maskers en Mexicaanse grafgiften – objecten die gebruikt worden bij de overgang van leven naar dood. Enkele van die objecten heeft ze in bruikleen gekregen. Daarmee zal ze in het rouwcentrum in Zürich nieuwe installaties maken - driedimensionale collages die Tee diagrammen noemt. „Ik wil dat mijn werk niet gaat over één specifieke beschaving of tijd. Het moet door alle culturen en alle religies heen gaan. Doordat ik die objecten opnieuw rangschik, komen ze weer tot leven.”