Liliom moet een smeerlap zijn, maar blijft ongevaarlijk

Liliom is dood. Met armen en benen gespreid ligt hij op het ronde houten podium. De poortwachter van de hemel (Chris Nietvelt) vraagt hem of hij nog wat goed te maken heeft op aarde. Ze veroordeelt hem tot zestien jaar vagevuur. Dan schiet de voorstelling terug naar toen Liliom nog leefde op aarde, waar hij ontslag neemt bij de draaimolen waar hij werkt en een relatie begint met dienstmeid Julie. Hij blijkt een smeerlap te zijn die vrouwen slaat, omdat „een flinke tik het beste medicijn kan zijn”.

Liliom, een tekst uit 1909 van de Hongaar Frenec Molnár, is onder het stof vandaan gehaald door regisseur Julie Van den Berghe, die bij Toneelgroep Amsterdam 2 en Frascati Producties haar talent ontwikkelt. Maar ze vertilt zich aan dit stuk, dat arm van taal en eendimensionaal aandoet. Geen moment vindt de voorstelling het juiste ritme en de toon om de beoogde beklemming tot stand te brengen en uit te groeien tot een proeve van wanhoop, blinde liefde en destructie. De acteursregie is onevenwichtig, het spel schreeuwerig en luidruchtig tot absurd. In de hoofdrol doolt Eelco Smits verloren rond. Zijn geabstraheerde vuistslagen doen koddig aan. Nietvelt redt zich op basis van haar klasse. De onderkoeld acterende Hélène Devos speelt als Julie een sterke rouwscène – bijna ontroerend in deze groteske setting. Dat neem je mee: de wens haar terug te zien.