Israël: veganistisch paradijs én land van vleeseters

De Correspondent Carnivoor Israël pronkt met zijn veganisten. Zelfs de soldaten dragen er geen leer. Probeert het land een wit voetje te halen in het Westen?

Het moest maar eens afgelopen zijn met het gebruiken van dierlijke producten, besloot ik vorig jaar. En plotseling bleek ik me te bevinden in een veganistisch paradijs. Waar je je in Nederlandse restaurants gelukkig mag prijzen met één of twee vegetarische opties, laat staan veganistische, wordt in Tel Aviv standaard rekening gehouden met plantaardige eetwensen. De vegashoarma in een naburig Georgisch restaurant kan moeiteloos de concurrentie aan met varianten van lams-, rund- of varkensvlees. En de cashewnotenmozzarella van de veganistische pizzeria bij ons om de hoek geeft het begrip ‘kaaspizza’ beslist een nieuwe dimensie.

Volgens het statistisch bureau beschouwt een op de twintig Israëliërs zichzelf als veganist. Dat is tien keer zo veel als in Nederland. Met al die jongens en meisjes die verplicht het leger in moeten, is het niet verwonderlijk dat ook dit instituut rekening houdt met dieet- en andere wensen. Zo zijn de legerkistjes in Israël niet vervaardigd van leer, maar van plantaardig materiaal.

Naar verluidt zou de veganistische hype in Israël mede ontstaan zijn door het viraal gaan van een Hebreeuws ondertiteld YouTube-filmpje waarin de Amerikaanse dierenrechtenactivist Gary Yourofsky, zelf Joods, slachthuizen bestempelt als „concentratiekampen” en de behandeling van dieren vergelijkt met de Holocaust. Zelf vind ik dat weinig smaakvol, maar kennelijk raakte het een snaar.

Verlichte natie

Antivleesprotest met nepbloed bij de Israëlische vleesverwerker Soglowek, eind 2013.Foto Uriel Sinai/Getty

Intussen probeert ook de overheid mee te liften op de veganistische trend. Het land wordt graag gezien als een verlichte natie, gebaseerd op westerse waarden, en daarom repte het ministerie van Buitenlandse Zaken vorig jaar in een persbericht van metropool Tel Aviv als the World’s Vegan Food Capital. Zo worden ook homotolerantie, de Bauhausarchitectuur en dierenliefde vaak aangehaald als pluspunten van de moderne kuststad.

Op zichzelf is dat prijzenswaardig. Maar dient de bewuste marketing van westerse waarden misschien ook een beetje om de al 49 jaar durende militaire bezetting van Palestijns gebied te verdonkeremanen? Ja, zeggen sommige critici van Israël. Ze hebben er ook een naam voor: green washing. Vergelijk pink washing, waarbij door de overheid aangestuurde aandacht voor homoparades in Tel Aviv en Jeruzalem de uitwassen van de bezetting verdringt. Zelfs als heel Israël veganist zou worden, zeggen deze critici, zou dat de bezetting niet moreel juist maken.

Vleeseters

Bovendien, stelt de Canadese dierenrechtenactivist Dylan Powell, het beeld van Israël als meest veganistische natie op aarde slaat nergens op. Ondanks al die veganisten wordt per hoofd van de bevolking bijna nergens zo veel vlees gegeten als in Israël. Maar liefst 102 kilo vlees wordt hier per persoon per jaar verstouwd – twintig kilo meer dan gemiddeld in de Europese Unie.

En de hoeveelheid geconsumeerd vlees stijgt bijna nergens anders zo snel als in Israël, aldus Powell: in 2000 at de gemiddelde Israëliër jaarlijks nog 70 kilo vlees. De Canadees spreekt van een twilight zone-scenario „waarin dierenrechtenactivisten een van de grootste vleesetende naties vieren als veganistisch”.

Inderdaad houdt de Israëliër nogal van zijn shoarma, en behalve veganistische eetgelegenheden duiken er hier ook overal filialen van Meat Fix op – een eettentje waar je je geliefde vleessoort kunt afhalen tegen vaste bodemprijzen. Maar dat doet niets af aan de keuzevrijheid voor een individuele veganist in Tel Aviv – en die wordt bijzonder op prijs gesteld.

Iemand nog trek in een seitanburger?