Hij moest het verhaal over Sobibor vertellen

Jules Schelvis 1921-2016 Hij overleefde het vernietigingskamp. Zijn herinneringen deelde hij later onvermoeibaar.

„Ik zie voor mij wat niemand in de zaal voor zich kan zien”, zei Jules Schelvis in een van de vele interviews die hij gaf. Als overlevende van de Jodenvervolging, als de enige Nederlander die de selectie in de nazivernietigingskampen Sobibor en Auschwitz-Birkenau allebei overleefde, sprak hij onvermoeibaar over zijn herinneringen. Op bijeenkomsten met lotgenoten en politici. Voor zalen met wetenschappers en studenten. Voor scholieren. „Ik zie namelijk hoe het gegaan is. Ik zie de meest vreselijke dingen gebeuren.”

Jules Schelvis overleed zondag op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amstelveen. Als een van de heel weinige ooggetuigen die Sobibor konden navertellen is hij „van onschatbare waarde geweest voor de herinnering”, aldus Jan van Kooten, voorzitter van het Comité 4 en 5 mei. In Sobibor zijn 34.000 Joden uit Nederland vermoord. Van Kooten: „De gemiddelde verblijfsduur was er zes uur.”

Door toeval, zei Schelvis zelf, ontsnapte hij in Sobibor aan de selectie voor de gaskamer en werd hij tewerkgesteld als turfsteker in een nabijgelegen kamp in Polen. Zijn vrouw, schoonouders en familie werden er meteen vermoord.

Na de oorlog vatte hij zijn oude beroep op, drukker bij het sociaal-democratische dagblad Het Vrije Volk, en sprak hij even zelden over de oorlog als de meeste slachtoffers. Vanaf zijn vervroegde pensionering in 1982 wijdde hij zich voluit aan de geschiedenis van Sobibor. In 1993 publiceerde hij Vernietigingskamp Sobibor, een standaardwerk. „Ik wilde precies weten wat er met mijn vrouw, mijn schoonfamilie en familie is gebeurd”, was zijn verklaring.

Hoe hield hij het vol, elke keer dat verhaal vertellen, in zalen, in boeken? „Het was als een buitenkorset voor hem, het hield hem overeind”, zegt Rosette Kats, goede vriendin en oud-bestuurslid van de Stichting Sobibor. En zodra hij had besloten dat hij het vaak genoeg had verteld, een jaar geleden, „viel hij in het pensioengat – op zijn 94ste. Het heeft zijn dood versneld.”

Jules Schelvis was bescheiden en wellevend. „Als hij merkte dat de mensen onder zijn publiek het te kwaad kregen door zijn getuigenis”, zegt Jetje Manheim, die samen met Schelvis de Stichting Sobibor heeft opgericht, „dan was hij niet te beroerd er een kwinkslag tussendoor te gooien om hen op te beuren.”

Bekijk een documentaire over Jules Schelvis en trompettist Lex van Weren: