Jongen aan draadjes

Fossiel vanAquilonifer spinosus. Foto PNAS

Het geleedpotige beestje Aquilonifer spinosus, dat 430 miljoen jaar geleden in zee leefde, had een echte band met zijn kinderen. Het één centimeter lange diertje had tien jongen bij zich, in een soort capsules aan draden.

Er zijn allerlei vormen van broedzorg bij ongewervelden bekend, maar deze vorm was niet eerder gezien. Het fossiel verscheen maandag in PNAS. De primitieve geleedpotige is gevonden in in Herefordshire, in Engeland. Hij wandelde op de zeebodem.

De auteurs, onder leiding van paleontoloog Derek Briggs (Yale University, VS) moesten moeite doen om het vreemde dier te leren kennen. Het enige fossiel zat verstopt in een stuk kalksteen.

De paleontologen denken dat de capsules (van 0,5 tot 2 millimeter) een soort beschermende dekschilden zijn. Via een opening kunnen ze zich voeden met een soort pootjes of tentakels.

Waren die tien aanhangers geen parasieten? Parasieten zouden zich niet zo voeden, denken de paleontologen, en ze zouden zich ook niet aan de zijdelingse stekels hechten.

Moderne zoetwaterkreeften ontwikkelden een vergelijkbare vorm van broedzorg, waarbij de embryo’s via een draad onder de moeder blijven plakken.