En weer is daar de zwager van de partijleider

De belangrijkste Chinees in de ‘Panama Papers’ is de zwager

van partijleider Xi Jinping.

President Xi Jinping, met premier Li Keqiang en Politburo-leden achter zich. Foto Ng Han Guan / AP

Het duurde maandag zeker tot na lunchtijd voordat de Chinese censuur ingreep – het was immers een nationale feestdag. Voordat Chinese internetters op de website van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) op het idee konden komen om in de index te zoeken naar Chinese namen, was de grote schoonmaak al aan de gang.

Mochten zij daar wel in geslaagd zijn, dan kan dat geen grote verrassingen hebben opgeleverd. Al in 2014 berichtte het internationale onderzoekscollectief dat 22.000 Chinezen hun vermogens in belastinghavens hebben ondergebracht.

De belangrijkste Chinees die destijds werd genoemd wordt ook genomend in de uitgelekte documenten: Deng Jiagui (65). Hij is de zwager van president en partijleider Xi Jinping en voormalig bestuursvoorzitter van General Motors in China. Hij zou beschikken over een vermogen van een half miljard dollar, opgebouwd dankzij zijn familieconnecties. GM had hem nooit voor een topfunctie gevraagd als hij niet tot de politieke elite had behoord en deuren kon openen en vergunningen kon regelen.

Andere belangrijke namen zijn die van Li Xiaolin, dochter van voormalig premier en Politbureaulid Li Peng, en Jasmine Li, kleindochter van Jia Qinglin en tot een paar jaar geleden de nummer vier van de Communistische Partij. Beide vrouwen leiden grote energiebedrijven.

Na de voor hem uiterst pijnlijke onthullingen zou president Xi zijn zwager hebben gevraagd met zijn vermogen terug te keren naar China en hier belasting te betalen. Uit verder onderzoek van de ‘Panama Papers’ moet blijken of dat ook is gebeurd.

Niettemin is Xi Jinping langs een omweg opnieuw in verlegenheid gebracht, want dit soort „hedonistisch” gedrag past niet bij de familie van een topcommunist, predikt hij vaak. Extra pikant is dat in de lopende anti-corruptiecampagne de staatsveiligheidsdienst ruim 100 rijke Chinezen dwong terug te keren naar China om zich te verantwoorden voor misdrijven – waaronder belastingfraude.

Het is in de Chinese politiek, voor en na de revolutie van 1949, gebruikelijk dat families van leiders vermogens opbouwen dankzij hun naam en connecties. Het is al even gebruikelijk dat daar in het openbaar over gezwegen wordt. Het is een onderwerp voor de borreltafels maar in de pers zal er geen letter over verschijnen. Buitenlandse media die er wel over berichten worden langdurig in de ban gedaan, zoals Bloomberg en The New York Times.

Uit verder onderzoek van de 11 miljoen documenten moet ook blijken of andere politieke families hun vermogens via adviseur Mossack Fonesca buiten bereik van de Chinese fiscus hebben geplaatst. De belangstelling gaat daarbij vooral uit naar de families van Hu Jintao en Wen Jiabao, respectievelijk president en premier tot 2013, en naar de activiteiten van de familie van overkoepelend leider Deng Xiaoping. Zij werden twee jaar geleden ook genoemd in ICIJ-onderzoek en in rapporten van Amerikaanse media.