En wat is het plan van ‘premier Wilders’?

PVV-leider Geert Wilders trof zestig Libelle-lezeressen. Veel fans, maar ook kritiek: „Het is nog erger dan ik dacht.”

PVV-fractieleider Geert Wilders is te gast bij het Libelle Nieuwscafé. Lezeressen van het tijdschrift kunnen de partijleider vragen stellen. Foto ANP/Martijn Beekman

Wat weten de ongeveer zestig Libelle-lezeressen over PVV-leider Geert Wilders, na zijn optreden in het ‘Libelle Nieuwscafé’ in een Haags café op maandagmiddag? Dat hij van de oude televisieserie Swiebertje houdt („Veel beter dan de bagger die je nu op tv ziet”), de dienstplicht niet opnieuw zou invoeren („Dat kost veel geld”) en dat hij het geen discriminatie vindt als je bij de grens zegt: niet-moslims mogen komen, moslims niet. „Als het wél discriminatie is, is het hard nodig.”

Veel Libelle-abonnees in de zaal vinden dat grappig. De meeste zijn PVV-fans. Maar wat weet Wilders over hen, als hij het café verlaat door de achteruitgang?

Dat ze hem te fel vinden over moslima’s en hoofddoekjes („Er zijn toch wel grotere misstanden, zoals de gedwongen kindhuwelijken?”), dat ze weten waar hij tégen is – asielzoekers, de islam – maar nu graag willen horen welke plannen hij heeft als hij premier zou worden van Nederland. En dat ze het referendum over het EU-verdrag met Oekraïne nauwelijks interessant vinden. Daar is maar één vraag over: „Als de uitslag nee is, denkt u dat het verdrag dan nog kan worden tegengehouden?”

„Dat hoop ik wel”, zegt Wilders. „Ik denk dat het kabinet – één jaar voor de verkiezingen, of misschien veel korter – het zich niet kan permitteren om de uitslag naast zich neer te leggen van het eerste referendum in Nederland dat door een deel van de bevolking is aangevraagd.”

Het is wel zo, zegt hij erbij, dat „die boeven in Brussel” het handelsdeel over het verdrag dit jaar al in werking hebben laten gaan. „Terwijl ze wisten dat Nederland er nog een referendum over zou houden.”

Dat Wilders het over „die gekke, linkse pers” heeft en de journalisten in de zaal „vreselijke mensen” noemt, lijken veel lezeressen nog wel te snappen. Er wordt gelachen en geklapt. Maar zijn verontwaardiging over andere politici – in Brussel of Den Haag – slaat niet erg aan. Het publiek wil weten hoe Wilders zelf Nederland veiliger denkt te maken. En zou het niet leuk zijn als hij een keer in debat zou gaan met PvdA-burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam. „Die is ook zo uitgesproken.”

Wilders zegt dat hij „met plezier” met Aboutaleb zou debatteren, maar pas als die in het parlement wordt gekozen. „De Tweede Kamer is mijn forum.” En over die veiligheid: als de PVV regeert, worden de straffen strenger. „Ik vind dat mensen nu veel te makkelijk wegkomen met een taakstraf. Er gaat een andere wind door Nederland waaien.”

Er zal ook, als het aan hem ligt, „meer directe democratie” komen. „Met veel meer referenda als de mensen dat willen om beleid te corrigeren, ook als ik premier ben.”

Helemaal achterin de zaal zitten Yvonne Visser (59) en Annemarie Nigten (60), twee vriendinnen uit Den Haag, te foeteren. „Waar is het tegengeluid?” En: „Die journalisten, die doen toch gewoon hun werk?”

Ze zijn naar het Nieuwscafé gekomen, zegt Annemarie Nigten (al zo’n tien jaar Libelle-abonnee), om Wilders eens „met eigen ogen” te zien. „En het is nog erger dan ik dacht.”

Yvonne Visser staat op en vraagt: „U bent ertegen dat mensen binnenkomen, maar Europa vergrijst en Nederland ook. We gaan al die mensen toch gewoon nodig hebben?”

„We hebben handen aan het bed nodig”, zegt Wilders. „Maar wat heeft het voor zin om mensen binnen te laten als de verzorgenden die er nu zijn, worden wegbezuinigd? Geef alle mensen die nu zonder werk zitten eerst maar eens de kans op een baan.”

Naast de twee vriendinnen zit een vrouw hard te klappen om dat antwoord. Ze wil alleen haar voornaam geven: José. Ze is 60 en werkt in de thuiszorg. Maar haar derde contract loopt eind juni af en dan zou ze een vaste baan moeten krijgen. „Ik zal dus wel ontslagen worden.”

José zegt dat ze bang is voor de islam. „Vorig jaar was ik in een Marokkaans gezin waarvan het jongetje van zeven zei: ‘Over twintig jaar zijn wij hier de baas.’ Ik neem het dat kind niet kwalijk, zijn ouders wél.”