Column

En wat baart Rutte? Het zorgsocialisme

Hemelse economische verwachtingen van het Centraal Planbureau tot 2021. Willen we nog meer? Het rekenmodel van het CPB raamt aanhoudende economische groei, stijgende werkgelegenheid en zelfs een overschot op de rijksbegroting in 2021, maar geen extra koopkracht voor de burgers. De uitkomsten maken twee dingen duidelijk. De eerste is, en dat is pijnlijk voor politici: voor duurzame groei heb je geen nieuw kabinet nodig.

Het CPB baseert zich bij zijn raming op voortzetting van het huidige beleid. Politici die toch nieuw beleid willen introduceren, hebben meer dan ooit wat uit te leggen. Hoe weten zij zo zeker dat hun nieuwe maatregelen de economie helpen? Dat zij de gunstige groeiramingen niet schaden? Zoals de kop boven de column van Ulko Jonker vorige week in Het Financieele Dagblad de CPB-raming snedig samenvatte: Niks meer aan doen.

Dus: eindelijk verkiezingen zonder koopkrachtplaatjes, maar alleen over de onderwerpen die Nederland intens bezighouden. En verdelen. Sla er de kwartaalonderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau maar op na. Wat zien Nederlanders als grootste problemen respectievelijk politieke prioriteiten? De meest recente versie:

1. Immigratie en integratie.

2. Samenleven en normen en waarden.

3. Gezondheidszorg en ouderenzorg.

Op nummer 4 pas komt ‘inkomen en economie’, op plaats 5 ‘politiek en bestuur’.

Het tweede punt in de hemelse ramingen is de bijna socialistische richting van economie en samenleving. Dat is een feit, geen waardeoordeel.

De ramingen van het CPB geven feilloos aan hoe de economische groei de komende jaren wordt verdeeld. Bijna alles gaat naar de aanschaf van zogeheten collectieve en verplichte goederen: naar de premies voor de (geestelijke) gezondheidszorg. Naar de AOW. Naar sociale uitkeringen. Naar pensioenen.

Dat is namelijk wat Nederlanders ter harte gaat. Dit is het ‘zorg- en vergrijzingssocialisme’. Vijftig jaar geleden zag Nieuw Links in de PvdA deze collectieve en verplichte goederen als hét ideaal. Dat waren de jaren zestig, dus dat ging om leuke dingen voor jeugdige mensen: goedkoop hoger onderwijs, betaalbaar wonen, medezeggenschap. Nu hoor je in de PvdA weinig over méér collectieve sector. De SP en de PVV hebben dat ideaal elk op hun eigen manier overgenomen. Op dit punt zouden ze best samen kunnen regeren.

De steun onder de burgers voor een brede en ‘rijke’ verzorgingstaat is aanzienlijk. Ook dat kun je nalezen in de rapportages van het SCP en in buurtonderzoeken van bijvoorbeeld NRC. Zo wil een flink deel van Nederland het ziekenfonds terug. Geen gedoe met zelf kiezen zoals nu, maar ouderwets verzorgd en simpel.

Het zorg- en vergrijzingssocialisme staat haaks op de liberale politiek van de laatste jaren. Maar bij ongewijzigd beleid gaat het wel die kant op. Dus als het straks bij de verkiezingen tóch gaat over koopkrachtplaatjes, gaat het eigenlijk over de vraag: meer of minder zorg- en vergrijzingssocialisme. Dat is het onverwachte beeld achter de ramingen van het CPB. Het beleid van een kabinet met een VVD-premier wordt als er niks gebeurt, vervolgd in een sfeer van collectieve goederen, maar de PvdA staat in de opiniepeilingen op verpletterend verlies.

Hemelse ramingen, helse kiezers.