‘Doping hoorde er vroeger beetje bij’

De atleet die begeleider werd, wil van geen stoppen weten, zelfs niet op z’n 66ste. Jos Hermens: „Ik ga tien tot vijftien jaar door, er is nog veel te doen.”

Jos Hermens met Haile Gebrselassie, de atleet die hem faam bracht Foto Jiri Büller/Hollandse Hoogte

Jos Hermens viert een feestje en Sebastian Coe, de hoogste atletiekbaas, maakt ruimte in zijn overvolle agenda om er deze dinsdag op Papendal bij te zijn. Dat zegt na dertig jaar veel over statuur van Hermens als atletenmanager.

De voormalige langeafstandsloper begeleidde in dertig jaar ruim duizend atleten, die 73 medailles op Olympische Spelen en 418 medailles op WK’s wonnen en 71 wereldrecords braken. Grote faam vergaarde Hermens met het Ethiopische loopwonder Haile Gebrselassie.

De atleet

„Mijn carrière als langeafstandsloper was op 28-jarige leeftijd naar de knoppen. Kapotte achillespees als gevolg van de vele cortisonenspuiten die ik vooral van dokter Rein Strikwerda heb gekregen.”

De atletenmanager

„Vanuit het idee om atleten beter te begeleiden dan in mijn tijd gebeurde, ben ik manager geworden. Mijn droom was een bedrijf op te bouwen waarin alle facetten van de sport aandacht krijgen. Daarom wilde ik nooit klein blijven. Bij mijn firma Global Sports Communication werken wereldwijd zo’n vijftig mensen, met permanente trainingskampen in Ethiopië en Kenia. Ik ben de directeur, coach, manager, de man die alles door elkaar doet. In ons vakgebied zijn wij de grootste met zo’n 150 atleten uit 20 landen. Vrijwel alle andere managers werken als éénpitter.”

Geen Dafne

„Dat we Dafne Schippers,de grootste Nederlandse atlete van dit moment, niet onder contract hebben doet pijn. Er zijn gesprekken geweest, maar ik ken niet de reden van haar weigering. Toen we elkaar spraken, was ze nog meerkamper, voor ons een moeilijke groep. Daar zijn bijna geen sponsors voor te vinden. Die gaan naar hun jaarlijkse wedstrijd in Götzis en de kampioenschappen, dan heb je het wel gehad. Jammer, ik had graag met zo’n supertalent als Dafne willen werken. Maar gelukkig hebben we wel Sifan Hassan.”

Rotterdam Marathon

„Die heb ik samen met Michel Lukkien en Gerard Rooijakkers opgericht. De huidige directeur Mario Kadiks heeft mij eruit gewerkt. Nog steeds voel ik me gepiepeld. Ik heb me zakelijk niet goed opgesteld. Ik had aandelen moeten vragen. Maar het was een stichting die onder Kadiks in een BV is veranderd. En die heeft hij goed verkocht aan het Belgische sportevenementenbureau Golazo. Ik heb nooit een afscheid, zelfs geen bedankje gekregen. Dat heeft me veel pijn gedaan.”

Katrin Krabbe

„Zij werd in 1992 als wereldkampioene op de 100 en 200 meter betrapt op clenburerol, een middel dat destijds niet op de dopinglijst stond, maar er door de Duitse dopingjager Manfred Donike op was gezet. Een jonge Oost-Duitse sportvrouw, die zo kort na de eenwording werd gemangeld door de Stasi, de West-Duitse geheime dienst en Bild Zeitung. Een nare periode, maar een indringende ervaring. Gelukkig is Krabbe vrijgesproken, maar het betekende bijna het eind van mijn bedrijf. We waren klein, zonder een financiële buffer en moest alle kosten voor adviseurs en juristen betalen. We hebben het gered, maar het was kielekiele. Een dure maar belangrijke levensles.”

Doping

„Mijn liberale houding is in de jaren negentig omgeslagen. Ik was misschien naïef, maar doping hoorde er voordien een beetje bij. Niet dat ik er actief aan heb meegedaan, absoluut niet, maar het werd in zekere zin geaccepteerd. Je dacht hooguit: die prestatie is wel heel bijzonder. Nadat Ellen van Langen op de Spelen van Barcelona goud op de 800 had gewonnen, kwam een woedende coach van de nummer twee, de Russin Lilia Nurutdinova, die ook bij ons onder contract stond, naar me toe. ‘Waarom heb je ons niet hetzelfde spul als Ellen gegeven’, brieste hij. Die man ging ervan uit dat alle concurrenten gedoped waren. En dat is nog niet veranderd. In de Russische reacties op het dopingschandaal in hun land lees je tussen de regels door: hoe kan dat nou, die anderen doen het toch ook? Ik ben nu feller geworden. Met atleten die ik niet vertrouw wil ik niet eens werken. Ten aanzien van doping hanteren we de lijn van zero tolerance.”

Linkse jongen

„Ik ben een kind van de jaren zestig en kwam in opstand tegen het establishment. Oude idealen houd ik in stand, maar links en rechts zijn voor mij achterhaalde begrippen geworden. In mijn tuin staan 45 zonnepanelen waardoor ik onafhankelijk ben in mijn energievoorziening. En mijn levensmotto is nog steeds: help mensen die het nodig hebben. Als ik zakelijker was, zou ik met 80 procent van mijn atleten moeten stoppen, aan 20 procent verdien ik. Maar dan zou ik vijf mensen moeten ontslaan. Gaat niet gebeuren, want ik wil ook mensen verder helpen. Ik hoef jaarlijks niet meer over te houden. Wat moet ik ermee. Ik kan eten, heb een huis en een auto. Het is goed zo.”

Leeftijd

„Stoppen? Nee, waarom? Ik ben 66 jaar, maar wil nog tien tot vijftien jaar doorgaan. Na mijn burn-out, tien jaar terug, ben ik van de achtste versnelling teruggegaan naar de vierde. Ik doe alleen leuke dingen, het administratieve werk gebeurt op het bureau. Dat bevalt goed. Als ik morgen overlijd, kan het bedrijf door. Maar ik ga door. Er is nog zoveel te doen.”