Column

De Thuiskok: Coquilles met speltmout

illustratie jet peters

Sint Jakobsschelpen komen uit de Middellandse Zee, maar tegenwoordig worden ze gevangen van Noorwegen tot Ghana. Wat dit gerecht Scandinavisch maakt is de aardse smaak die het gerecht krijgt door de mout die er aan wordt toegevoegd. De radijs en appelciderazijn houden het fris. Wie het gerecht nog wat zouter wil maken, kan volgens auteur Simon Bajada het beste een lepeltje visseneitjes toevoegen.

Verhit 1 eetlepel olijfolie in een koekenpan en bak de plakjes prosciutto 3-4 minuten, of tot ze krokant zijn. Laat ze uitlekken op keukenpapier. Breng de bouillon met 200 ml water op middelhoog vuur aan de kook. Doe er de speltvlokken bij en verwarm al roerend 8-10 minuten tot je een soort havermoutpap hebt. Neem de pan van het vuur, roer er de azijn door, voeg naar smaak peper en zout toe en zet weg. Verhit de resterende olie en de boter in een koekenpan met antiaanbaklaag op hoog vuur en de coquilles zodra de boter schuimt 1-1½ minuut aan elke kant, tot ze net gaar zijn. Roer de prosciutto en dille door de speltpap. Als die te dik en kleverig is geworden, kun je hem met een scheutje kokend water verdunnen. Schep de speltmout in vier kommen, leg er de coquilles op en garneer met de uitgelekte radijsjes.