Nieuw format van Nieuwsuur is een grote verbetering

Simone Weimans in het nieuwe Journaalhoekje van ‘Nieuwsuur’ (NOS / NTR)

Toen Nova in september 2010 Nieuwsuur werd, veranderde het format. Wat we de afgelopen vijf en een half jaar zagen was in feite een dagelijks drieluik: eerst tien minuten NOS Journaal, dan een half uur een actualiteitenrubriek van de NTR en ten slotte nog een aflevering van negen minuten van NOS Sport.

Dat format was vooral ontwikkeld om een zo breed mogelijk publiek te verleiden tot een bezoek aan een gezaghebbende publieke rubriek die dagelijks vertelt hoe de wereld erbij ligt. Met succes: de kijkcijfers zijn goed, peers delen er prijzen aan uit en als je met vakantie bent in een ver land, heb je in principe genoeg aan de app met de laatste aflevering van Nieuwsuur om op de hoogte te blijven.

Er kleefden ook problemen aan het format. De rol van Sport was relatief belangrijk en verhinderde om rechtenkwesties soms doorgave in het buitenland. Het was vaak wel erg gezellig aan de grote presentatietafel, van waarachter maar liefst drie presentatoren ons recht in de ogen keken. Links de nieuwslezer van dienst, rechts de dito sportpresentator en in het midden het centrale anker: Twan Huys, Mariëlle Tweebeeke of eerste vervanger Joost Karhof.

Sinds maandag is het format volledig op de schop. Het is een aanzienlijke verbetering, die ook een boodschap lijkt over te brengen. Had ik altijd het idee dat de NTR-rubriek op visite was bij de collega’s van Journaal en Sport, nu liggen de verhoudingen ongeveer andersom. Nieuwsuur behoort toe aan het centrale anker, dat in de opening ons staand toespreekt en dan soeverein aan de tafel plaatsneemt. In aparte hoekjes mogen de presentatoren van het Journaal en van Sport hun dingetje doen.

Nieuwslezeres Simone Weimans moet wel in beeld komen met driemaal het logo van Nieuwsuur: op de desk, de laptop en het kaartje dat ze in haar handen heeft, terwijl de tekst toch echt op de autocue staat.

Sport wordt teruggebracht tot vijf minuten, met alleen nieuws zonder achtergrond. Er is veel minder overlap met het late Journaal van rond middernacht.

Ook de regie slaat een andere toon aan. In plaats van totaalshots van drie collega’s aan tafel („Heb jij nog wat, Dionne?”), leidt een door de studio zwevende robotcamera ons als een adelaar naar het orakel van dienst. Dit is een nieuwe orde, zonder flauwekulletjes: laten we zeggen de Pax Nieuwsuriana. Journaal en Sport stellen zich dienstbaar op, als heel kleine zijluikjes.

Ik ben daar eigenlijk wel blij mee, want de journalistiek van de Nieuwsuurredactie is veelal iets steviger dan die in bij voorbeeld het Achtuurjournaal. De NOS-correspondenten worden onderworpen aan een zekere tucht en leven daar van op.

Uit eigen stal zijn de gezondheids- en zorgredacteuren van Nieuwsuur en ambulant Europacorrespondent Saskia Dekkers toch al onmisbaar. Je hebt echt veel meer aan een Dekkers op Chios dan aan een Gerri Eickhof of Martijn Bink. Maar ook de reguliere correspondenten zoals Lucas Waagmeester of Bram Vermeulen leven op als ze iets langere reportages voor Nieuwsuur mogen maken.

Nieuw is ook de afsluiting met een vooruitblik op het nieuws van morgen. Ook daarmee bepaalt Nieuwsuur wat de agenda is. Doe mij maar meer van dit soort beetje kille, gezaghebbende televisie.