Zelfbeheersing uitgeput? Hoeft niet

Psychologie Dat mensen zichzelf maar beperkt kunnen inhouden, lijkt logisch. Maar de twijfel over ‘ego-depletion’ groeit onder psychologen.

Vrouwen en hun relatie met voedsel zijn een vast thema in het realistische schilderwerk van Lee Price, zoals inFull. In een klassiek experiment naar zelfbeheersing moesten mensen koekjes weerstaan. Schilderij Lee Price/Gallery Henoch

Je wil iets maar het mag niet, en doordat je je moet inhouden, raakt je zelfbeheersing uitgeput en geef je sneller toe aan je impulsen. Die toestand van uitgeputte zelfbeheersing wordt ego-depletion genoemd. Intuïtief klinkt het logisch, dat het zo werkt bij mensen. Maar psychologen twijfelen de laatste tijd. En nieuw onderzoek, vorige week online gezet bij Perspectives on Psychological Science (PoPS), maakt dat die twijfel groeit.

Er zijn honderden onderzoeken gepubliceerd waarin ego-depletion is vastgesteld. In het beroemdste, van Roy Baumeister (Florida State University), werden proefpersonen ontvangen in een ruimte vol versgebakken chocoladekoekjes en kreeg de helft van hen te horen dat ze daar niet aan mochten komen omdat ze in de radijsjesgroep waren ingedeeld (Journal of Personality and Social Psychology, 1998). Die proefpersonen hielden het vervolgens veel minder lang vol met puzzels oplossen (onoplosbare puzzels trouwens – het was een tamelijk sadistisch experiment).

Maar er zijn ook onderzoekers die het effect niet hebben gevonden. Twee Australische psychologen namen daarom twee jaar geleden het initiatief om onderzoeksteams van verschillende universiteiten allemaal hetzelfde, vooraf vastgelegde onderzoek te laten doen.

Bestáát ego-depletion wel?

Proefpersonen kregen twee spelletjesachtige computertaakjes, waarvan het eerste de helft van de proefpersonen zelfbeheersing kost en de andere helft niet, en het tweede iedereen zelfbeheersing kost.

De Australiërs hadden de opzet ervan overlegd met ego-depletion-grondlegger Baumeister; 23 onderzoeksgroepen van over de hele wereld (waaronder 4 Nederlandse) rondden het onderzoek volgens plan af. En de meta-analyse over de gecombineerde resultaten, die nu in PoPS staat, toont géén ego-depletion. Dat betekent dat áls ego-depletion al bestaat, schrijven de Australiërs, Martin Hagger en Nikos Chatzisarantis (Curtin University), dat het een klein effect is, „dichtbij nul”.

Baumeister is niet blij met dat resultaat. In een reactie, ook online bij PoPS, schrijft hij de gebruikte experimentele procedure achteraf ‘dwaas’ te vinden. Zelf had hij geen van de gebruikte computertaakjes ooit gebruikt. Dat hij ‘ja’ had gezegd tegen de Australiërs was omdat die per se eenvoudig af te nemen computertaakjes wilden, omdat hij het gevoel kreeg dat er tijdsdruk was, en omdat bezwaar uitgelegd zou kunnen worden als gebrek aan vertrouwen in ego-depletion. Maar, schrijft Baumeister, omdat de bewijslast nu bij hem ligt, gaat hij een eigen replicatieproject opzetten.

„Ik ben bang dat Baumeister zal gaan zien dat het effect er niet inzit”, zegt Henry Otgaar (Universiteit van Maastricht), eerste auteur bij één van de vier Nederlandse deelnemende groepen. „Ik denk ook: is het wel nodig, is het niet zonde van alle tijd en energie?”

Hij verwijst naar een serie meta-analyses van voornamelijk computertaakjes om ego-depletion vast te stellen (Journal of Experimental Social Psychology: General, 2015), die ook weinig bewijs vond voor het effect. En in een vooraf geregistreerd experiment, laatst in Plos One, waarin een eerder succesvol door Baumeister gebruikte taak werd ingezet, werd ook geen ego-depletion gevonden.

In zijn eigen lab vond Otgaar het soms wel, maar vaak ook niet, en in het nieuwe project vond hij het niet. Net zo min als Caroline Schlinkert, eerste auteur van de groep van de Vrije Universiteit (Amsterdam). „Maar wij denken dat er individuele verschillen zijn”, zegt zij. „Bij mensen die minder goed zijn in het reguleren van stress zagen we wel ego-depletion. We moeten nog even kijken of het echt waar is, maar wij denken wel dat er nog hoop is voor het effect.”