Wie vindt een bos nou lelijk?

Goed schrijven, of zo schrijven dat veel mensen het ‘goed’ vinden is niet zo moeilijk. Er zijn cursussen voor. Maar soms zie je aan een schrijver wat geweldig schrijven is. Kijk eerst naar de volgende zin uit Rivieren van Martin Michael Driessen, waarin de jonge houtvlotter Konrad het licht ziet worden in het bos. Dan staat er: ‘Hoog oprijzende dennen staken in de nevel hun kruinen bij elkaar in de bleke ochtendhemel, als inquisiteurs die over zijn toekomst beschikten.’

Dat is mooi gezegd, goed geschreven. Fenomenaal is echter het zinnetje dat volgt op deze nevellyriek: ‘Konrad vond de bossen lelijk.’ Het is een zinnetje dat in al zijn eenvoud niet alleen de bomen uit de vorige zin in een ander licht plaatst, maar dat ook getuigt van grote originaliteit, van het vermogen om de lezer naar een andere kant te voeren dan deze verwachtte. Want wie vindt een bos nou lelijk? In gewone boeken zijn bossen mooi, of donker, of onheilspellend, of vochtig danwel krakend-uitgedroogd – maar lelijk?

Natuurlijk betekent het lelijke bos ook iets in de loop van het verhaal. Voor deze Konrad is er een hoger honing dan dat bos. Niet dat zijn ambities nu zo ver reiken: hij wil de beste houtvlotter worden, een man die op de samengebonden boomstammen stroomafwaarts vaart, om de koopwaar daar bij de handelspartners af te leveren. En hij wil een keer de zee zien. Dat lukt: ‘Stel je er niet te veel van voor’, zegt zijn baas en reisgenoot, een man wiens verlangens lastiger te vervullen zijn dan die van Konrad.

De houtvlotters zijn de helden van ‘De reis van de maan’ het middelste stuk van Rivieren, waarin Driessen een verhaal en twee novellen bijeen heeft gebracht waarin rivieren en beken een sturende rol spelen. Behalve de vlottersgeschiedenis is er een verhaal waarin een acteur met een alcoholprobleem in een kano de Aisne afvaart en een kroniek over een Bretonse burentwist aan weerszijden van een snelstromende beek. Driessen is een uitgesproken aardse schrijver met een grote fascinatie voor het hogere. Dat leverde vier jaar geleden de geweldige roman Vader van God op. Vorig jaar publiceerde hij met Liesbeth Lagemaat als Eva Wanjek de historische kunstenaarsroman Lizzie.

In Rivieren wordt niet gekabbeld: de waterstromen blijken wreed en onvoorspelbaar. Water geeft en neemt stukken oever. Juist wat onveranderlijk lijkt te zijn, is onbetrouwbaar bij Driessen. Dat komt het sterkst naar voren in de slotnovelle, waar de ruzie tussen twee families aan weerszijden van een beek in Bretagne anderhalve eeuw wordt uitgevochten met een verbetenheid die het Israëlisch-Palestijnse conflict tot een caféruzie lijkt te degraderen. Zelfs een Salomonsoordeel (‘U ruilt van land’) helpt niet. Overigens speelt in alle drie delen antisemitisme een rol op de achtergrond. Maar ja, dat geldt ook voor seksualiteit, dood, natuur en liefde. Vóór alles is de rivier de metafoor voor het schrijven van Martin Michael Driessen: snelstromend, onvoorspelbaar en bij vlagen beeldschoon.