Werken bij een nepbedrijf

Oefenbedrijven Ze bouwen websites, ze nemen bestellingen aan en ze houden een administratie bij. Maar het is allemaal nep. Het werkt wel: wie een tijdje in een nepbedrijf werkt, vindt sneller een echte baan.

E-Caux Lin in Dieppe, met rechts Jean-Claude Prosperin en Ouafa Couturier. Directeur Patricia Chevalier is tweede van links. Foto Benjamin Girette

Geconcentreerd tuurt Ouafa Couturier (31) naar haar beeldscherm. Ze heeft net van een bedrijf in de stad Saumur een bestelling ontvangen voor een Chinees ogende pop (18,25 euro) en een linnen handtas (48,58 euro). „Deze cliënt heeft al eerder bij ons besteld”, zegt ze tegen collega Jean-Claude Prosperin (50) die tegenover haar zit. „Da’s makkelijk. Even de juiste codes intikken, een factuur schrijven en de bestellingsbon opmaken. Twee exemplaren voor onze administratie, paperclip erop en hop in de ordermap.” Nu, zegt Prosperin, is alleen nog een paraafje van de baas nodig voordat de bestelling de deur uit kan.

Maar de bestelling zal nooit verstuurd worden. Sterker: de pop en de tas staan weliswaar op de website en in folders van het bedrijf e-Caux Lin waar Couturier, Prosperin en zestien anderen 35 uur per week werken, maar de medewerkers hebben de bestelde producten nog nooit in handen gehad.

Nog sterker: E-Caux Lin bestaat eigenlijk niet. Het is een volledig uitgerust nepbedrijf, waar werklozen vier maanden ervaring opdoen om te kunnen terugkeren op de arbeidsmarkt. De klant in Saumur werkt voor een van de 110 andere Franse ‘entreprises d’entraînement’ (oefenbedrijven). In een schaduweconomie doen ze intensief maar virtueel zaken met elkaar. Het is een van de originele manieren waarop het land de nog altijd hoge werkloosheid (10,3 procent) aanpakt.

E-Caux Lin, gevestigd naast een school op een bedrijfsterrein in de Normandische kustplaats Dieppe, handelt in producten rond het regiogewas vlas. In de webcatalogus staan linnen pyjama’s en meubels met linnen bekleding, maar ook flessen met uit lijnzaad gedistilleerde sterke drank. Het aanbod verandert voortdurend en net als in een echt bedrijf probeert het personeel op alle mogelijke manieren de verkoop op te schroeven – bijvoorbeeld met speciale folders voor de feestdagen.

„We hadden behoorlijk succes met onze aanbiedingen voor het Chinese Nieuwjaar”, zegt Prosperin, die zijn baan als magazijnmedewerker elders kwijtraakte. Ook de producten uit de Paasfolder lopen aardig. De afdeling marketing, in de belendende ruimte, houdt zich deze ochtend bezig met het ontwerp van advertenties voor moederdag en vaderdag. Couturier: „We moeten creatief blijven om de omzet te stimuleren.”

De jonge vrouw had tot vorig jaar een eigen zaak in Dieppe waar ze oriëntaalse gebakjes verkocht. Maar terwijl ze snoeihard werkte, leverde dat nauwelijks genoeg geld op. Sinds ze de zaak sloot, is ze werkloos en wordt ze hier omgeschoold. „Ik leer omgaan met software die in veel bedrijven hier in de regio gebruikt wordt”, zegt ze. „De kans dat ik een nieuwe baan vind wordt zo een stuk groter.”

De directeur is de enige echt betaalde werknemer van het ‘oefenbedrijf’

De ‘werknemers’ van het oefenbedrijf komen uit alle lagen van de bevolking, zegt Patricia Chevalier, die als directeur de enige echt betaalde medewerker is. Sommigen hebben een universitaire opleiding, anderen hebben alleen lagere school. „We kunnen hier begeleiding op maat bieden. Alleen al het ritme van dagelijks op tijd verschijnen, je professioneel kleden en je zakelijk opstellen kan mensen helpen. Het gaat voor een groot deel om zelfvertrouwen”, zegt Chevalier.

Het concept van nepbedrijven komt oorspronkelijk uit Duitsland, maar werd daar alleen gebruikt voor jongeren op praktijkscholen. In 1990 opende de Fransman Pierre Troton in Roanne (bij Lyon) het eerste Franse oefenbedrijf voor volwassenen. Als directeur van het landelijke netwerk vervult Troton tegenwoordig een sleutelrol in de nephandel tussen de verschillende bedrijven.

Hij levert de software die de bedrijven gebruiken om via een digitale bank betalingen te kunnen doen en hij heeft een interne postservice opgezet om te zien of bestellingen zijn aangekomen. Daarnaast runt hij een salarisadministratie, een belastingdienst waaraan de bedrijven premies en btw afdragen en een loket met bedrijfsartsen voor mensen die zich ziek melden. Allemaal virtueel, want ze ontvangen een uitkering. Er is zelfs een tribunaaltje, met Troton als rechter. „Er is wel eens een geschil over een betaling of een late levering.”

Het concept is duur, maar succesvol. Zo’n 65 procent van de mensen vindt na een stage in een nepbedrijf een echte baan, blijkt uit Trotons cijfers. Het Europees Sociaal Fonds, regio’s, departementen en arbeidsbureaus betalen mee. Zes jaar na de opening van e-Caux Lin zegt Chevalier dat grote bedrijven uit Dieppe haar geregeld benaderen: heeft ze geschikte kandidaten? „We kennen onze mensen zo goed dat we eerlijk kunnen zeggen of iemand het kan of niet.”

Werken hier is een serieuze zaak en eigen initiatief wordt beloond. Zo is Aurélie Webber (36), die in het Verenigd Koninkrijk heeft gewoond en na haar terugkeer in Dieppe geen baan vond, bezig met „het opzetten van een exportafdeling”. Ze heeft folders vertaald en legt contacten met oefenbedrijven in onder andere Zwitserland en Canada. Geregeld zijn er handelsbeurzen waar de nepbedrijven hun producten presenteren en zaken doen. „100.000 euro omzet!” jubelt Jean-Claude Prosperin, die de boeken van een recente beurs heeft opgemaakt.

Soms zijn er groepen die zich wel heel erg inleven in hun rol. Een paar jaar geleden was het kantoor geblokkeerd door stakende werknemers die op spandoeken ‘hoger loon’ eisten, vertelt Chevalier. Virtueel natuurlijk. „Tja, we zijn in Frankrijk”, lacht ze. „Ook staken hoort bij reïntegratie op de arbeidsmarkt.”