Waarom is op lego staan zo pijnlijk?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap antwoord op een vaak gestelde vraag. Vandaag: waarom doet het zo’n pijn als je op een legoblokje stapt?

Veel jonge ouders kennen deze ervaring. Je loopt ’s ochtends vroeg de woonkamer binnen en ineens voel je een vlammende pijn in je voet. Je bent op een legoblokje gaan staan. Dat is een stukje speelgoed waar kinderen al decennia veilig mee spelen. Hoe kan het dat het blokje in eerste instantie net zo pijnlijk is als een punaise of spijker?

Dat heeft alles te maken met druk. Wie staat, verdeelt zijn of haar lichaamsgewicht over twee voeten. Wie loopt brengt zijn lichaamsgewicht over naar een voet. Wie vervolgens die voet op een legoblokje zet, brengt datzelfde gewicht op de kleine contactplek van de voet met het blokje. Dat geeft een enorme druk. Auw.

Hoe groot die druk is, valt makkelijk te berekenen. Stel dat twee voeten een oppervlakte van 400 vierkante centimeter beslaan en een mens 76 kilo weegt (Nederlandse mannen wegen gemiddeld 84 kilo en vrouwen 70 kilo). Dan is de druk per vierkante cm 190 gram. Stelt dat dit hele gewicht op een vierkante centimeter komt, de omvang van het contactplek, dan is de druk daar dus 76 kilo. Ofwel 400 keer zo groot. Auw!

„Op dat moment geeft het lichaam het pijnsignaal af. Pijn is niets anders dan de waarschuwing voor mogelijke schade aan het lichaam”, zegt Ben Crul, emeritus hoogleraar pijnbestrijding. De zenuwuiteinden in het lichaam die pijn moeten registeren, heten dan ook ‘nociceptoren’ – naar nocere, Latijn voor ‘schaden’. Deze pijnreceptoren zitten bijvoorbeeld in spieren, gewrichten, ingewanden en in de huid, van bijvoorbeeld de voet.

In de huid zitten twee typen, zo leert Wikipedia. De Aδ-nociceptoren reageren alleen op sterke mechanische prikkels, zoals het prikken met een naald – of in dit geval de stevige aanraking met de harde hoek van het blokje. C-nociceptoren reageren daarnaast ook op andere prikkels zoals extreme temperatuur of chemische stoffen (denk aan Spaanse peper).

Je hele gewicht komt op een vierkante centimeter

Deze receptoren worden gevoeliger als ze vaker prikkels hebben doorgegeven, dan wel na weefselbeschadigingen of ontstekingen. Deze sensitisatie maakt dat mensen eerder en ook heftiger pijn voelen en speelt een rol bij patiënten met chronische pijn.

Chronische pijn is hét onderzoeksterrein van pijnexperts als neurologen, zo leert een rondgang, die niet veel interesse hebben voor de tijdelijke pijn van het legoblokje.

De Aδ-signalen gaan razendsnel via het ruggenmerg naar de hersenen, de C-signalen gaan juist traag. De pijn van het blokje voel je meteen; je trekt je voet meteen terug. Stap je in plaats daarvan met je blote voet op een heet barbecuekooltje, dan voel je de pijn met enige vertraging – een echt zomergevoel – waarna je pas je voet optilt.

Wie op een blokje stapt, schrikt ook nog eens, omdat hij anders dan bijvoorbeeld tijdens het klussen, helemaal niet rekent op pijn. Toch vergroot volgens Crul niet het onverwachte de pijn, maar juist dat wat je verwacht. „Wie bij de tandarts bang is voor pijn, ervaart die pijn ook sterker. Daarom hangt bij mijn tandarts in de behandelkamer een televisie; die leidt de aandacht af van mogelijke pijn.”

Wie pijn heeft of zal krijgen, moet daarom leren om de pijn „een plaats te geven”, zegt Cruls. „Wie de pijn tot middelpunt van zijn bestaan maakt, heeft er veel meer last van dan degene die er onverschillig mee omgaat.” Pijnpatiënten doen dan ook geregeld cognitieve gedragstherapie, zegt Cruls: „Bij deze mensen zie je op fMRI-scans dat de gebieden waar de pijnsignalen worden verwerkt inderdaad minder actief zijn dan bij mensen die geen therapie doen.”

Pijn een plek geven kan zelfs betekenen dat je pijn opzoekt, zeg Cruls: „Pijn kan genot zijn. Denk aan mensen die de pijngrenzen opzoeken in marathons of triatlons.” Pijn wordt dan zoiets als de stevige druk die je ervaart als je op je voeten staat. Cruls: „Totdat de marathonloper in een stuk glas stapt en schade aan het lichaam dreigt. Dan breekt ook bij hem de pijn door alles heen.” Zoals bij de ouder die in een legoblokje stapt.