‘Verdrag gaat niet over meer geld voor Oekraïne’

Dat zei premier Mark Rutte vorige week bij Nieuwsuur.

De aanleiding

Premier Rutte zei zich vorige week bij Nieuwsuur te ergeren aan fabeltjes die het nee-kamp verkondigt in de campagne voor het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Zelf zei Rutte op een gegeven moment dat er door het verdrag niet méér geld naar Oekraïne gaat. „Net zoals het ook niet gaat over – wat de tegenstanders zeggen – dat er meer geld naar Oekraïne gaat. Is niet waar”, aldus de premier.

En, klopt het?

Ook voordat het associatieverdrag op 1 januari grotendeels al in werking trad, ging er al veel geld naar Oekraïne. Via het IMF gaat er al bijna 16 miljard euro aan leningen naar Oekraïne en ook de EU steunde Oekraïne vóór het associatieverdrag al financieel.

In het associatieverdrag staat letterlijk het volgende: ‘Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering.’ De Europese Commissie heeft berekend dat de steun aan het in economische problemen verkerende land op de korte en middellange termijn minimaal 11 miljard euro kan bedragen. Dit geld komt voor een klein deel uit de lopende EU-begroting en vooral van leningen door instellingen EIB en EBRD. Nederland betaalt vaste bijdragen aan de EU en die instellingen en hoeft voor financiële steun aan Oekraïne dus niet apart geld vrij te maken.

Conclusie

In het associatieverdrag staat wel degelijk dat Oekraïne in aanmerking komt voor financiële steun uit de EU. Dit geld komt uit bestaande potjes en Nederland hoeft er geen extra geld voor vrij te maken. De bewering van premier Rutte klopt dus als het om Nederlands geld gaat, maar niet als het over ‘meer geld’ in het algemeen gaat. Daarom beoordelen we de uitspraak als grotendeels onwaar.