Waarom de staalsector veel te veel staal produceert

Tata Steel wil af van zijn hele Britse staaltak en zou een belang willen in het Duitse ThyssenKrupp.

Zonder de noodlijdende Britse tak is samengaan met de moderne, efficiënte staalfabriek van Tata Steel in IJmuiden een stuk aantrekkelijker voor het Duitse ThyssenKrupp. Foto Frans Lemmens / Hollandse Hoogte

Hoe moet het wereldberoemde schaaktoernooi in IJmuiden dan gaan heten? Het ThyssenKrupp-Tata Steel Chess Tournament? Het Tata-Thyssen-toernooi? Of sneuvelt het hele evenement als de twee staalfabrikanten samengaan en onvermijdelijk in de kosten zullen snijden?

De Duitse krant Rheinische Post meldde vorige week dat het Indiase Tata Steel een belang wil in de staaltak van het Duitse ThyssenKrupp.

Het nieuws kwam vlak na de mededeling dat Tata Steel afwil van z’n complete Britse staalindustrie, waar het miljarden op heeft afgeschreven. 15.000 banen zijn in gevaar.

Het Verenigd Koninkrijk reageerde met afschuw en wilde plannen: Britse bruggen mogen alleen nog met binnenlands staal worden gebouwd, energie moet onmiddellijk goedkoper worden.

De beide bedrijven willen „de geruchten” over de samenwerking, zoals de woordvoerder van Tata Steel in Nederland ze noemt, niet bevestigen. Wel zei de topman van ThyssenKrupp onlangs nog expliciet dat hij uit is op dergelijke allianties. En zonder die noodlijdende Britse tak is samengaan met de moderne, efficiënte staalfabriek van Tata Steel in IJmuiden een stuk aantrekkelijker.

De Europese staalmarkt lijkt zelf een potje snelschaken, waarin in hoog tempo stukken van het bord worden geveegd. Welke blijven staan?

Het grote probleem is dat de wereld te veel staal maakt. De vraag neemt na de financiële crisis wel toe, maar Europese fabrikanten profiteren daar niet van, zegt Eurofer, brancheorganisatie van de Europese fabrikanten. Zij hebben last van Chinees en Russisch staal, dat voor ultralage prijzen op de wereldmarkt belandt. China heeft bijvoorbeeld een overcapaciteit van 340 miljoen ton per jaar, twee keer de totale Europese productie. China heeft wel aangekondigd de staalsector te saneren, maar dat kan lang duren.

Eurofer vindt dat alleen de Europese Commissie antwoord op de huidige staalcrisis kan geven. Die moet maatregelen nemen tegen dumping en dat is nog steeds niet gebeurd. Analisten menen daarentegen dat het onvermijdelijk is dat Europese fabrieken sluiten. Joost van Beek van zakenbank Theodoor Gilissen: „Iedereen heeft te veel capaciteit. Ook als fabrieken worden overgenomen, zal de nieuwe eigenaar capaciteit verminderen om efficiënter te worden.”

Dit gebeurt nu op grote schaal in het Verenigd Koninkrijk. In oktober ging het Thaise Sahaviriya Steel Industries in Redcar (2.200 werknemers) dicht en kondigde Caparo Industries (1.700 werknemers) faillissement aan. Tata Steel schrapte in oktober en januari in totaal 2.250 banen.

Nu wil Tata Steel de hele Britse tak van de hand doen. Voor de fabrieken in het plaatsje Scunthorpe heeft zich al wel een koper gemeld: investeringsmaatschappij Greybull wil die kopen en er omgerekend 500 miljoen euro insteken. Wel moet de overheid bijdragen aan de pensioenvoorziening voor zo’n 130.000 werknemers, een kostbare erfenis uit de tijd dat de hoogovens nog British Steel heetten. Greybull zou de naam British Steel weer willen invoeren. Mogelijk wil Greybull ook Port Talbot, de grootste Britse staalfabriek, van Tata Steel overnemen.

Een ander reddingsplan komt van het Britse Liberty House. De grondstoffenhandelaar wil alle hoogovens sluiten en alleen nog staal recyclen. Ook Liberty House rekent op de hulp van de Britse overheid.

Overal in Europa – Italië, Spanje, Frankrijk – hebben staalfabrieken het zwaar. De reden dat de Britse fabrieken zo acuut in gevaar zijn, is dat de energieprijzen daar relatief hoog zijn, zegt voorzitter Frits van Wieringen van de centrale ondernemingsraad van Tata Steel Europa. Tel daarbij het goedkope Chinese staal op, het sterke pond én het feit dat de fabrieken niet handig op één plek zitten zoals in IJmuiden.

Toch is het nieuws van de verkoop „als een bom ingeslagen”, zegt Van Wieringen. „Er is wel fors geïnvesteerd in de fabrieken daar.”

Maar niet genoeg. De Britse Tata-fabrieken staan bekend als oud en inefficiënt. In tegenstelling tot die in IJmuiden.

Staalanalist Alessandro Abate van de Duitse investeringsbank Berenberg ziet daarom veel voordeel in een joint venture met ThyssenKrupp, zónder de Britse tak. Door te schuiven met klussen kunnen de fabrieken beter bezet blijven, schrijft hij. Bovendien kan Tata Steel in IJmuiden ervan profiteren dat ThyssenKrupp veel klanten in de auto-industrie heeft.

Is er een kans dat de Europese staalsector, die in veertig jaar van één miljoen tot 300.000 werknemers kromp, helemaal verdwijnt? Analist Joost van Beek denkt van niet.

„Veel staalafnemers willen meerdere aanbieders”, zegt hij. „En ze willen fabrikanten dichtbij. De auto-industrie wil niet wachten tot staal met de boot komt.”