Sobibor-overlever Jules Schelvis (95) gestorven

Hij richtte onder meer de Stichting Sobibor op en schreef twee boeken over het vernietigingskamp.

Jules Schelvis (midden) in 2013 met onder meer - destijds nog - prins Willem-Alexander, voorafgaand aan het concert 'Er reed een trein naar Sobibor'. Foto Evert Elzinga/ANP

Jules Schelvis, oprichter van de Stichting Sobibor, is zondag op 95-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de stichting bekendgemaakt. Schelvis overleefde het vernietigingskamp Sobibor en publiceerde na de Tweede Wereldoorlog onder meer het standaardwerk Vernietigingskamp Sobibor.

Schelvis werd op 6 juni 1943 met ruim drieduizend mensen vanuit kamp Westerbork op transport gesteld naar Sobibor. Hij vermoedde aanvankelijk de enige Sobibor-overlevende te zijn. Daarom maakte hij meteen na de oorlog aantekeningen van zijn ervaringen, die later de basis vormden voor zijn boeken Binnen de poorten en Vernietigingskamp Sobibor. Uiteindelijk bleek Schelvis één van de 18 overlevenden van de 34.313 Nederlanders die naar Sobibor werden afgevoerd om te worden vergast.

Over het feit dat hij bleef leven waar vele anderen richting de gaskamers werden geleid, zei Schelvis tegenover NRC:

“Ik zoog mijn longen zo vol mogelijk om nog wat te lijken en keek uitdagend. Een deel is geluk; een engeltje op mijn schouder. Maar mijn boodschap is wel: laat je niet meespoelen door de hoogste golven om maar te zien of je verdrinkt of op het strand terechtkomt. Probeer zélf op dat strand te komen.”

Demjanjuk

Schelvis ging jarenlang onder meer scholen langs om zijn verhaal te vertellen. Via hem leerden vele generaties over Sobibor. Later was Schelvis onder meer medeaanklager in het proces tegen kampbewaker John ‘Iwan’ Demjanjuk. Die werd in 2011 schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan de moord op 27.900 joden in het vernietigingskamp. In 2008 kreeg Schelvis voor zijn gehele werk een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam.