Plots was er 67,5 mln tekort voor Rembrandts

Uit interne mail van de ministeries van Financiën en OCW, door NRC via een Wob- procedure opgevraagd, blijkt dat de paniek rond de aankoop van de Rembrandts steeg: het Rijksmuseum had minder geld dan verwacht.

Jeroen, zorg jij ervoor dat Nederland die twee Rembrandt-portretten kan kopen. Dat is samengevat de opdracht die minister van Financiën Dijsselbloem op 8 september 2015 krijgt van premier Rutte. De premier is aangestoken door het enthousiasme van zeven fractievoorzitters, die zich tijdens een geheim beraad in het Mauritshuis met Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes hebben voorgenomen om de vierhonderd jaar oude huwelijksportretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit naar Nederland te halen. Aan Dijsselbloem nu de taak om het museum te helpen de benodigde 160 miljoen euro snel bij elkaar te krijgen.

Maar zo eenvoudig ligt dat niet. Op het ministerie van Financiën is al meteen duidelijk dat Dijsselboem niet zomaar even 160 miljoen kan vrijmaken. „De minister is niet gemachtigd deze aankoop te doen”, e-mailt een ambtenaar van de Inspectie der Rijksfinanciën, een dienst binnen het ministerie, aan collega’s. „[…] Is domweg onrechtmatig. Kunnen we kwijt onder boogie woogie. Rekenkamer is genoodzaakt dit te veroordelen. Dus eerst toestemming Kamer vragen.”

Het ministerie heeft een trauma van de aankoop van Mondriaans schilderij Victory Boogie Woogie in 1997, is op te maken uit de interne e-mailcorrespondentie die aan NRC is verstrekt na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). De toenmalige minister van Financiën, Gerrit Zalm, bracht destijds met De Nederlandsche Bank het ongekende aankoopbedrag van 82 miljoen gulden bijeen – zonder de Tweede Kamer daarbij te betrekken. De ophef die ontstond over deze ‘ondemocratische greep in de staatskas’ willen de ambtenaren nu koste wat kost voorkomen.

Ze hebben hun bedenkingen bij het plan van de fractievoorzitters, blijkt uit de merendeels geanonimiseerde e-mails: „Hoofdvraag is of het Rijksmuseum alles heeft gedaan om private fondsen te werven. Bijdrage Rijk moet een noodscenario zijn.” Maar de ambtenaren gaan wel hard aan de slag. De opdracht van hogerhand ligt er nu eenmaal. Wat volgt is een dollemansrit door de financiële bureaucratie.

Talloze opties worden verkend. Mag het Rijksmuseum geld lenen op de kapitaalmarkt? Mag het Rijksmuseum schatkistbankieren, en dus zijn rekeningen aanhouden bij de Staat? Of moet de Staat voorfinancieren en het geld terugverdienen via sponsors uit het bedrijfsleven? Wie wordt er eigenaar, het Rijksmuseum of de Staat?

Op donderdag 10 september vindt een ontmoeting plaats tussen Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes, Dijsselbloem en thesaurier-generaal Hans Vijlbrief. Pijbes voert de druk op de regering op, blijkt uit het gespreksverslag van ambtenaren: „Duidelijk werd dat er grote belangstelling van de Franse Staat (en museum het Louvre) voor deze schilderijen is.”

Gunstige regeling

Frankrijk heeft al een exportvergunning afgegeven voor de schilderijen, maar via de Franse pers wordt druk uitgeoefend op minister van Cultuur Fleur Pellerin om de vergunningen in te trekken. In de zomer had zij wel met haar collega Jet Bussemaker aan de eigenaren, de Franse bankiersfamilie Rothschild, gevraagd of de twee landen de schilderijen samen konden kopen. Maar geen van de partijen maakte er echt werk van. Geen geld, geen prioriteit.

Pijbes is sinds de zomer bezig fondsen te werven onder de zeer vermogende families van Nederland. Hij belooft dat ze mogen gebruikmaken van een gunstige fiscale regeling. Als ze meedoen, kunnen hun erfgenamen de investering later ruim aftrekken van de erfbelasting. Daarover heeft hij overlegd met de Belastingdienst.

Op dinsdag 15 september schrijft minister Dijsselbloem vanaf zijn iPad aan de betrokken ambtenaren: „Gisteravond weer met Pijbes gesproken. Ze zijn heel ver met een aantal zeer vermogende particulieren die gebruik zouden willen maken van de 110-procentregeling in successiewet. Verder goede voortgang met fondsen en een loterij. Genoeg om het aan te durven.”

Die fiscale regeling zorgt tegelijkertijd voor een probleem: die geldt alleen als de particulieren zelf (gedeeltelijk) eigenaar worden. Maar dan kan de Staat kan niet financieel bijspringen zonder de Europese regels voor ongeoorloofde staatssteun te schenden. De Staat kan alleen meebetalen als hij zelf eigenaar wordt. Er is maar één oplossing: de Staat koopt één schilderij en de particulieren samen met het Rijksmuseum het andere.

Pijbes voorziet daar een probleem. Tijdens een bijeenkomst met ambtenaren van Financiën en OCW op woensdagavond 16 september waarschuwt hij dat de Rothschilds bezwaar kunnen maken tegen het openbreken van de afspraken die hij met hen heeft, namelijk dat de twee schilderijen in één koop zouden zitten.

De ambtenaren schrijven daarna in hun verslag: „Na enige discussie wordt helder voor OCW en Financiën dat het Rijksmuseum niet slechts een exclusieve optie heeft om met de verkoper te onderhandelen, maar ook dat er al een koopcontract ligt. Feitelijk ligt er een voorlopig koopcontract tussen verkoper en Rijksmuseum met als ontbindende voorwaarde het kunnen regelen van de financiering.” Dit is een onprettige verrassing voor de ambtenaren. Zo’n voorlopig koopcontract breek je niet zomaar open. Pijbes belooft dat hij toch met de eigenaren zal gaan praten.

Paniek

De volgende dag komt de zaak in een stroomversnelling, omdat De Telegraaf lucht heeft gekregen van de plannen. Nu moet alles voor elkaar zijn vóór maandagochtend, als de krant publiceert. Wie weet hoe Frankrijk anders reageert.

De Staat heeft de financiering van zijn portret rond: 30 miljoen komt uit een kunstaankoopfonds van OCW, 50 miljoen uit toekomstige dividenden uit staatsdeelnemingen. Bij het Rijksmuseum heerst stress: daar is een tekort van 17,5 miljoen. En er blijkt meer niet voor elkaar te zijn. Uit een gespreksverslag: „Het Rijksmuseum stelt toezegging te hebben van particulieren voor een bedrag van [50] miljoen. Dit blijken intenties te zijn.” Met de families is nog niets contractueel vastgelegd. Zij wachten op een definitief akkoord van de Belastingdienst voor de fiscale regeling. Dat heeft Pijbes nog steeds niet.

Het museum moet als de bliksem ergens 67,5 miljoen zien te regelen. Op zondagmiddag komt ING met een offerte voor een lening, maar wil daar de namen van de beoogde particuliere investeerders voor terug. Pijbes zegt deze niet te kunnen geven. De Raad van Toezicht van het museum wil ook geen toestemming geven om de lening aan te gaan zonder meer zekerheden van de particulieren. Het geld komt er niet. Als het nieuws op maandag via de Telegraaf naar buiten komt, lijkt het voor de buitenwereld alsof alles in kannen en kruiken is. Maar achter de schermen heerst paniek. Ambtenaren schrijven: „Het Rijksmuseum geeft aan dat het proces hen boven het hoofd groeit en lijkt regie kwijt te zijn.”

Advocatenkantoor Allen & Overy is intussen ingehuurd om het contract met de Rothschilds te bestuderen. Een ambtenaar schrijft: „Het Rijksmuseum wil graag optreden als kopende partij [...], uit publicitair oogpunt.” Bij Financiën vinden ze het niks: „Juridisch is de Staat hier niet slechter af, maar toch zie ik liever de Staat als kopende partij in het contract. Wij fourneren het geld, misschien willen onze ministers ook in de schijnwerpers staan, en dan is de symboliek van het zijn van koper toch belangrijk.” Dan gebeurt wat iedereen vreesde: de Fransen komen in actie. Pellerin maakt op 24 september bekend dat ze 80 miljoen euro heeft om de portretten samen met Nederland te kopen. In allerijl proberen de ambtenaren van Financiën om nog eens 80 miljoen euro te vinden, zodat de Staat alsnog beide werken kan kopen. Het geld moet van OCW komen, of alle departementen moeten bijdragen. Tot in de nacht wordt doorgewerkt aan de begroting, zodat die snel naar de Tweede Kamer kan. Een ambtenaar vraagt aan Dijsselbloem: „We hebben nu ook discussie over asiel. Komt toch de vraag waarom dit prioriteit krijgt.”

Reëel zijn de plannen niet. De volgende dag besluiten Rutte, Dijsselbloem en Bussemaker om de diplomatieke schade te beperken en ‘de Franse route’ te nemen. Pijbes kan het moeilijk verkroppen. Hij wil genoegdoening vragen als zijn koopovereenkomst wordt verbroken. Ook dat is niet realistisch. „Veel succes met overeenkomst volgens Frans recht”, schrijft een ambtenaar van Financiën cynisch.