Op safari naar Drenthe en het Front National

Hokjesman Michael Schaap steekt de Reest over. Beeld VPRO

Nu het derde en laatste seizoen van De Hokjesman (VPRO) is begonnen, lijkt het wel of de vormgeving nog zorgvuldiger is geworden.

Dit is geen realistische, observerende reisserie in eigen land, maar een bijna als speelfilm geconstrueerd relaas van regisseurs Jurjen Blick en Michael Schaap: soms op de rand van de kalenderplaatjesschoonheid, maar ook dat is bewuste overdrijving.

Gekleed als een traditioneel volkenkundige betreedt Schaap weer het domein van een als groep gepresenteerde verzameling Nederlanders: de Drenten. Met het boek van Anne de Vries over de Nederlandse volkskarakters uit 1938 in de hand confronteert hij diens typeringen met de door betrokkenen waargenomen werkelijkheid.

Het begin is werkelijk schitterend. Vanuit de bijbelgordel noordwaarts trekkend, bereikt de Hokjesman het dorp IJhorst, nog net Overijssel, maar meer met de blik op Drenthe gericht dan op de orthodoxe christenen van Staphorst. Een bewoner legt uit dat de kerstening van Drenthe nooit helemaal gelukt is. Het zijn in de grond heidenen, zonder trots of maniertjes.

En dan steekt de onderzoeker de Reest over, via een smal houten bruggetje met een wit hek.

Al snel ontmoet hij een schaapherdersechtpaar, van wie de vrouw geen Drents spreekt en in de Randstad is opgegroeid. Heftig geëmotioneerd vertelt ze dat het moeilijk is om dan geaccepteerd te worden door de andere vrouwen in het dorp. De man zal nooit zeggen dat hij van haar houdt, hooguit dat hij haar graag ziet.

We ontmoeten de Drenten van het zand en van het veen, intellectuelen die zich nooit zo zullen noemen, leden van het Mammoetgezelschap en herdenkers van de slag bij Ane (1227). Maar er is ook een foto van een massale bijeenkomst van NSB-boeren in Rolde. Nergens werd zo massaal op de nationaal-socialisten gestemd als in de provincie Drenthe.

Het is broodnodig in deze tijd om opnieuw vast te stellen wie onder welke voorwaarden en waarom gevoelig is voor de lokroep van extreem-rechts. Dat doet Wilfred de Bruijn in de derde, tot nu toe beste aflevering van zijn reeks Op Zoek naar Frankrijk (VPRO). Die was aanvankelijk goed (zij het niet zo verrassend als Langs de Oevers van de Yangtze), maar soms wat makkelijk geconstrueerd met parallelmontages van arme en rijke Fransen, om ons het verschil duidelijk te maken. Maar regisseur Erik Lieshout slaat overtuigend toe, als hij De Bruijn laat praten met leden en sympathisanten van het Front National van Marine le Pen. Hij spreekt ze soms na verloop van tijd flauwtjes tegen, maar laat ze vooral hun drogredenen breed etaleren. De afficheplakker houdt het niet droog, als hij vertelt dat zijn dochter van jongs af aan op Arabieren valt. Dat is verschrikkelijk, ook al stemmen die inmiddels ook op Le Pen.

Een enkele keer wordt heel even het ware gezicht van de beweging zichtbaar, vooral als het over homo’s gaat of een Parijse voorstad wordt beschreven als De Apenplaneet. Maar doorgaans zijn het allemaal heel nette mensen, hoor. Netals die Drentse boeren.