‘Niet-willers’ willen best werken

De tegenpresentatie voor mensen met een uitkering is in Veghel geen straf. ‘De rechtse uitleg is: je moet iets terugdoen. De linkse: we gunnen je het mee te doen.’

Hoe pakt de nieuwe uitkeringswet in de praktijk uit? NRC gaat naar de sociale dienst. Vandaag: Veghel

ILLUSTRATIE ANNE VAN WIEREN

Franca (48) had niet echt het postuur voor een drager bij een uitvaartbedrijf. Ze is kort en tenger. Ruim honderd kisten heeft ze gedragen en laten zakken. Dat was best zwaar. „Toch was dat werk helemaal mijn ding, al is het natuurlijk een al verdriet en ellende”, vertelt ze.

Met een uitkering verdiende ze zo een jaar lang bij als drager op oproepbasis. „De kist en bloemen moesten altijd naar het altaar worden gebracht. Dan gingen we koffie drinken in de pastorie en lol maken met de radio aan. En als het tijd was om de kerk weer in te gaan was het weer hoofd erbij en gezicht op niks.”

Het gaf rust na jaren van poetswerk via tijdelijke contracten. „Je bent elke keer terug bij af. Kon ik weer mijn handje gaan ophouden.”

Maar in 2014 werd ze gebeld door Optimisd, de sociale dienst in Veghel. Of ze wilde stoppen en meewerken aan een tweede proef met de ‘tegenprestatie’. Sinds 2012 mogen gemeenten mensen in de bijstand vragen een „onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteit” te verrichten. De Participatiewet uit 2015 verplicht gemeenten zelfs om de tegenprestatie wettelijk te regelen. Werklozen die weigeren, worden gekort op hun uitkering.

Zwerfafval prikken

In een stad als Rotterdam wordt naar de geest van de wet gehandeld, liet de tv-documentaire De Tegenprestatie vorig jaar zien. Het is ‘voor wat, hoort wat-beleid’, zeggen ze daar. In ruil voor je uitkering, moet je in een oranje hesje door de straten om zwerfafval te prikken. Of je nu werkt zoekt als kapster/visagiste of bijna je hbo-diploma binnen hebt: prikken, zegt Rotterdam.

In Veghel gaan ze heel anders om met de tegenprestatie. Na een eerste proef met gemotiveerde werkzoekenden, werd Franca geselecteerd voor een groep met „niet-willers” – ondanks haar oproepbaantje. „Tenminste, mensen die wij gelabeld hadden als ‘niet-willers’, omdat we dáchten dat ze niet wilden”, zegt Optimisd-directeur Ruud van den Tillaar.

De kandidaten moesten meedoen, maar konden wel kiezen uit het aanbod van vrijwilligerswerk. Denk aan een klussendienst in Veghel, een ‘zorgtuin’ voor mensen met psychisch-sociale klachten of zomeractiviteiten voor senioren.

Uiteindelijk was de proef met niet-willers ‘deels geslaagd’, staat in het eindrapport. Het vergde meer tijd en geld om langdurig werklozen hun plek te laten vinden bij vrijwilligersorganisaties. Ze waren ook niet altijd even welkom, sommige vrijwilligers zagen het als ‘hun toko’.

„De les voor ons was vooral dat veel niet-willers eigenlijk gewoon ‘willers’ bleken”, vertelt beleidsadviseur Mariette van Eck van Optimisd die de proef begeleidde.

Van den Tillaar: „Het gaat vaak om mensen die door inactiviteit, of klappen in het verleden zoals ontslag, scheiding of schulden, het vertrouwen in zichzelf zijn kwijtgeraakt. Ze worden terughoudend.”

Ernstige aambeien

Soms moet je ook doorvragen, zegt Van Eck. „Een van de deelnemers vertoonde echt weerstand. Hij was bang om de deur uit te moeten, onder vreemden te zijn. Na een goed gesprek bleek dat deze meneer in ernstige mate last van aambeien had.” Daarna kreeg hij begeleiding „en ging er echt een wereld voor hem open”.

De conclusie voor Optimisd was ook dat de tegenprestatie niet alleen wederkerigheid is, maar ook een opstap naar werk, een stage of vrijwilligerswerk. „De rechtse uitleg is: je moet iets terugdoen voor je uitkering”, zegt Van den Tillaar. „De linkse uitleg is: je gunt het iemand mee te doen in de maatschappij.”

Formeel kan Optimisd weigeraars korten in hun uitkering, maar in de praktijk gebeurt dit nooit. „We zijn geen klanten tegengekomen die na een goed gesprek echt niet willen”, zegt Van den Tillaar. Langdurig werklozen worden met positieve stimulatie begeleid naar een vorm van werk.

De meeste gemeenten gaan er zo mee om, denkt Van den Tillaar. Dit wordt bevestigd door onderzoek uit 2014 van Divosa, de vereniging van managers van sociale diensten, al zijn er geen actuele cijfers. Van de ruim 390 hadden bijna 30 hun tegenprestatie niet wettelijk op orde, zei de arbeidsinspectie in februari.

Franca bleek ook gewoon een willer te zijn, ontdekte Optimisd. Ze had alleen de moed verloren in solliciteren naar betaald werk. Zeker met haar diploma „van dertig jaar oud”.

Na de proef is ze vrijwilligerswerk blijven doen als gastvrouw in De Peppelhof in Veghel, een ‘dienstencentrum’ voor 55-plussers. In dit keukentje schenkt ze de koffie, vertelt ze. Ze stelt het maandmenu samen, begeleidt de burenhulpservice ‘Samsam’ en houdt mensen gezelligheid. „Slappe klets, ze kennen me hier. Maar ze weten dat ze ook altijd bij me terecht kunnen. Er zitten mensen bij die ziek zijn of verdriet hebben om een overleden partner. En een vrouw van 79 vertrouwde me laatst toe dat ze lesbisch was.”

Zo werkt Franca 20 uur per week onbetaald en leeft ze van een uitkering. „Ik zie het als betaald werk. Wat maakt het mij uit wat op mijn loonstrook staat: Bart Smit, Intratuin, De Peppelhof of Optimisd?”