Rijks kwam nog miljoenen tekort voor Rembrandts

Het Rijksmuseum kwam vorig jaar nog miljoenen tekort voor de aankoop van twee Rembrandt-portretten. Afgesproken was dat het Rijk 80 miljoen euro zou bijdragen en het Rijksmuseum de andere 80 miljoen via particuliere fondsen zou werven. Directeur Wim Pijbes had oorspronkelijk tot eind december de tijd, maar toen er in september snel gehandeld moest worden om te voorkomen dat Frankrijk zich in de verkoop mengde, kon hij slechts rekenen op 5 miljoen van de Vereniging Rembrandt en 7,5 miljoen van de BankGiroLoterij.

Dat blijkt uit mailwisselingen tussen ambtenaren van de ministeries van Financiën en OCW, die NRC in handen kreeg via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Pijbes was voor bijdragen in gesprek met enkele zeer vermogende families in Nederland. Zij zouden gebruik mogen maken van een aantrekkelijke fiscale regeling.

Op 20 september, een dag voordat via De Telegraaf bekend werd dat Nederland aan de koop werkte van de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, schreven ambtenaren: „Het Rijksmuseum stelt toezegging te hebben van particulieren voor een bedrag van [50] miljoen. Dit blijken intenties te zijn.” Met de families is nog niets contractueel vastgelegd. Zij wachten op akkoord van de fiscus, schrijven de ambtenaren.

Verder was er een gat van 17,5 miljoen euro, waarvoor een banklening moest komen. ING was bereid deze te geven, én een overbruggingskrediet van 50 miljoen voor de bijdragen van de families. De bank wilde dan wel weten wie dat waren, maar Pijbes zei geen namen te kunnen delen. Kort daarna had Frankrijk opeens ook 80 miljoen om de portretten samen met Nederland te kopen. Daar kon Den Haag niet omheen.

Pijbes zegt in een reactie de financiering voor 24,5 miljoen „rond” te hebben gehad. Van particulieren had hij volgens eigen zeggen voor 60 miljoen aan „toezeggingen”. Verder wil hij geen vragen beantwoorden, omdat de werving „in vertrouwelijkheid heeft plaatsgevonden”.