Column

Libische mislukking kan les zijn voor Syrië

Zoals u weet, draagt het Westen een zware verantwoordelijkheid voor de gewapende chaos die Libië nu is. Door het autoritaire familiebedrijf van Gaddafi in 2011 ten val te brengen zonder zich druk te maken om de gevolgen. Toen de BV Gaddafi weg was, vulden honderden zwaar bewapende milities het vacuüm. Ze konden hun gang gaan.

Maar sinds extremisten er oprukken en milities zich hebben gestort in de lucratieve doorvoer van Afrikaanse migranten naar Europa, heeft de internationale gemeenschap Libië herontdekt. Een behoorlijke bedreiging doet wonderen om de belangstelling te wekken. De VN hebben nu een Regering van Nationale Overeenstemming tot stand gebracht die Libië weer moet pacificeren. Maar die overeenstemming is nog ver te zoeken. De nieuwe regering kon vorige week alleen per schip Tripoli bereiken, want de rivaliserende regering in de hoofdstad had het luchtruim gesloten voor deze „infiltranten”. Het regeringscentrum is een marinebasis. In het oosten zit nog een derde regering. Het is volstrekt onduidelijk hoe de nieuwe regering de rust gaat herstellen in wat je zou kunnen vergelijken met een aquarium vol hongerige piranha’s.

Ik sprak een prominente Libische activiste, Zahra’ Langhi, die hier was in het kader van het project Women on the Frontline, dat vrouwen een effectieve rol wil geven in de politieke processen in het Midden-Oosten. Langhi riep in 2011 op tot de westerse interventie, en ging daarna helpen haar land op te bouwen. Maar, zei ze, wij pro-democratieactivisten deden het helemaal verkeerd. „We volgden de vertrouwde routekaart van de internationale gemeenschap: meer partijen, verkiezingen, nieuwe grondwet en vrije media. Maar dat was het recept voor polarisatie en fragmentatie. Tribale en fundamentalistische partijen die geallieerd waren met milities misbruikten die vrije media om de concurrentie aan te vallen. De verkiezingen werden een werktuig voor polarisering.”

De internationale gemeenschap had zich na de interventie meer om Libië moeten bekommeren, zei ze. En wij hadden allereerst moeten werken aan dialoog en verzoening.

Stilletjes is in Libië een nieuwe buitenlandse gewapende interventie aan de gang. Westerse landen aarzelen nog om eigen troepen naar Libië te sturen, maar er zijn wel speciale eenheden actief. Volgens Langhi zal elk militair ingrijpen de chaos alleen verergeren. Ze bepleit nu „horizontale verzoening”: van onderaf, vanuit de steden, met actief betrokken burgers; in plaats van de huidige pogingen tot „verticale verzoening”: vanuit de nieuwe regering naar beneden toe, zonder locale achterban. Dus de burgers stem en steun geven, het gesprek aangaan met de lokale milities en zo hun ontwapening bewerkstelligen.

Hoe het Libië verder ook vergaat, zit hier niet een les in voor Syrië? Misschien niet dat bekende pad van verkiezingen etc. volgen, maar eerst proberen te verzoenen?