Levenslang, maar met ventiel

Het voorstel van staatssecretaris Dijkhoff (justitie, VVD) om de levenslange celstraf na 25 jaar te laten heroverwegen, is een voorbeeld van gezond verstand. Dijkhoff motiveerde zijn beslissing vanuit de behoefte ‘levenslang’ niet in een ‘museumstuk’ te laten veranderen. Dat dreigt immers te gebeuren, nu rechters vaker afzien van het opleggen van levenslang. Nog vorig jaar gaf de rechtbank Assen in de zaak van de ‘moordbroers’ de voorkeur aan 30 jaar (plus tbs voor een van hen) boven levenslang.

Daarbij werd expliciet afgewogen dat Europese rechtspraak eisen stelt aan de levenslange celstraf waar Nederland niet aan voldoet. In ons land wordt in de praktijk van de laatste decennia immers vrijwel nooit meer gratie gegeven. Ook is er geen formeel moment van herbeoordeling van het nut van voortzetting van de straf. In veruit de meeste Europese landen bestaat die mogelijkheid wel.

Het Hof in Straatsburg oordeelde, sinds het arrest Vinter in 2013, dat ook de levenslange celstraf proportioneel moet zijn. Er dient perspectief op vrijlating te zijn, zowel juridisch als in de praktijk. Zo niet, dan is zo’n straf onmenselijk. Dat perspectief is er in Nederland wel ooit geweest, in de vorm van gratie. Maar dat functioneerde eigenlijk alleen in de 15 jaar na de Tweede Wereldoorlog. Daarna verhardde het maatschappelijk klimaat zodanig dat alleen een terminaal zieke gedetineerde nog in aanmerking kwam.

De Nederlandse strafpraktijk is aldus afgezakt naar het niveau van Oekraïne, IJsland, Litouwen en Malta waar levenslang gestraften eveneens alle perspectief is ontzegd. Strafrechters beoordelen de Nederlandse praktijk dan ook als ‘uiterste middel’ waar ze alleen met ‘grote terughoudendheid’ gebruik van willen maken.

De drempel voor levenslang wordt nu vaak in vonnissen niet gehaald. Er worden met grote regelmaat aan ernstige misdadigers tijdelijke celstraffen van 30 jaar opgelegd, waar levenslang een optie was geweest. Aangezien deze daders doorgaans onder de 30 jaar zijn, betekent een levenslange celstraf mét herzieningsmogelijkheid dus netto een verruiming van het strafassortiment en mogelijk een verlenging. De ogenschijnlijk strengste variant, levenslang zónder perspectief, in feite de Middeleeuwse ‘oubliëtte’ (vergeetput), leidt dus feitelijk tot minder beveiliging tegen deze zeer ernstige daders.

Er is dus voor het kabinetsvoorstel veel te zeggen. Het maakt meer maatwerk mogelijk. En een herzieningsraad, bestaande uit rechters en gedragskundigen, kan na een gedegen onderzoek de rechtmatigheid van de levenslange gevangenisstraf vergroten. Ook door deze eventueel voortijdig te beëindigen.