Koopjesjager klopt kosmopoliet in multiculturele Gelderse derby

Zestien nationaliteiten aan de aftrap van NEC-Vitesse (2-1), een eredivisierecord. Van Brazilië tot Zimbabwe, van Georgië tot Australië en een Japanner die invalt.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Zaterdagnacht rond één uur begint de herrie. Gregor Breinburg ligt thuis te slapen, dicht bij het centrum van Arnhem. Supporters van Vitesse proberen de nachtrust van de NEC-middenvelder te verstoren, een kleine twaalf uur voor de Gelderse derby. „Veel lawaai, supporters die schreeuwen, scanderen en toeteren.” Het pesterijtje van Vitesse-fans haalt weinig uit. „Ik kon gewoon weer slapen, ik was moe.”

Gregor Breinburg (24) is geboren in de Gelderse hoofdstad, hij voetbalde in de jeugd bij de amateurtak van Vitesse, tot de profs kwam hij niet. Nu speelt hij bij NEC, de provincierivaal aan de andere kant van de Waal. Gevoelige materie, een ‘indringer’ van de vijand in de stad, vandaar het oproer voor zijn Arnhemse huis. „Dit hoort erbij.”

Duel van het jaar

Knetterende derby zondag in Nijmegen. Vanaf elf uur ’s ochtends staan NEC-supporters al aan het bier bij de supportershome de Eendracht, verderop trekt publiek door de bossen van het Goffertpark naar de Bloedkuul – bijnaam van het NEC-stadion. Felle, lichtelijk opgefokte entourage op de tribunes. In Nijmegen snakken ze naar dit ‘duel van het jaar’ – na de degradatie in 2014.

Alsof de frustratie van een jaar afwezigheid in negentig minuten wordt rechtgezet, zo stormt NEC in een boeiend gevecht (2-1 zege) over de grote buur heen. Consequentie: ze kruipen naar elkaar toe op de ranglijst, beide 43 punten, wat rest is een concurrentiestrijd voor de zevende plaats of hoger, ofwel play-offs voor Europees voetbal.

Breinburg verschijnt in boxershort en zwart ondershirt – met de tekst ‘Dios Ta Grandi’ (‘God is groot’) – in de ruimte voor de persgesprekjes. Zijn rechterknie is ingezwachteld. Hij kent veel diehard Vitesse-supporters, vertelt hij. „Ze zullen er goed ziek van zijn. Ik laat ze even afkoelen.” Breinburg staat aan de basis van de overwinning, met een strakke dieptepass bij de openingsgoal van spits Anthony Limbombe – een bal van het niveau Hakim Ziyech.

Breinburg is een van de vele gezichten van de exotische spelers in deze Gelderse clash. Natuurlijk, opgegroeid in Arnhem, geschoold bij De Graafschap – hoe Hollands kun je het hebben. Maar zijn moeder is Arubaans, zijn vader Surinaams. Vorig jaar koos Breinburg voor het Arubaanse elftal – 135ste op de FIFA-ranglijst.

Zestien verschillende nationaliteiten beginnen in Nijmegen aan het duel, een nieuw record in de eredivisie. Van Brazilië tot Zimbabwe, en van Georgië tot Australië, een Japanner die invalt, drie Engelsen, vijf Nederlanders – feest van het multiculturalisme dicht tegen de Duitse grens.

Anderhalve week geleden speelde Breinburg nog met Aruba tegen Antigua en Barbuda, een eilandstaat in de Caraïbische Zee. Een kwalificatiewedstrijd voor de Gold Cup 2017, een regionaal landentoernooi voor de bonden van Noord- en Midden-Amerika en de Caraïben. Breinburg was de enige prof in de ploeg van de Nederlandse bondscoach Rini Coolen, oud-coach van FC Twente. „Ze willen groeien met Aruba. Ik wil daar mijn steentje aan bijdragen.”

Het heeft wel zijn charme om voor Aruba te spelen, zegt hij. In het stadion in Oranjestad kunnen 5.500 toeschouwers, faciliteiten zijn gebrekkig. Bij tegenstanders op de Caraïben wordt hij vaak verrast. „Je speelt er op cricketvelden. Ik heb ook twee keer meegemaakt dat de tenues er niet waren, terwijl we naar buiten moesten om te spelen.”

Kosmopolitisch Vitesse

Maar goed, zestien verschillende nationaliteiten. Een verklaring? Vitesse ‘denkt’ internationaal: Russische eigenaar, de directeur die momenteel de Chinese markt verkent, en de bestaande samenwerking met Chelsea die veel buitenlandse huurspelers oplevert. Vitesse is, zou je kunnen zeggen, kosmopolitisch. En het vreemdelingenlegioen bij NEC? „Dat heeft zuiver financiële motieven”, zei algemeen directeur Bart van Ingen vorige week in Voetbal International. „Ervaren Nederlandse spelers boven de 25 zijn duur. Die passen niet in ons salarishuis.” Dus, simpel gesteld: ze gaan voor kwaliteitsrijke, maar goedkope buitenlanders.

Ze krijgen taalles. NEC-coach Ernest Faber doet zijn teambesprekingen „een beetje half Engels-Nederlands”, zegt hij. „Ik begin in het Nederlands. Als ik in de ogen zie dat ze het niet begrijpen, ga ik over in het Engels.”