Kloppen deze drie beweringen over het associatieverdrag?

Voor het aanstaande referendum checkt NRC beweringen over het associatieverdrag van premier Rutte, minister Koenders en SP-leider Roemer.

Foto Bart Maat / ANP

Stelling 1. ‘Verdrag gaat niet over meer geld voor Oekraïne’

De aanleiding

Premier Rutte zei zich vorige week bij Nieuwsuur te ergeren aan fabeltjes die het nee-kamp verkondigt in de campagne voor het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Zelf zei Rutte op een gegeven moment dat er door het verdrag niet méér geld naar Oekraïne gaat. „Net zoals het ook niet gaat over – wat de tegenstanders zeggen – dat er meer geld naar Oekraïne gaat. Is niet waar”, aldus de premier.

En, klopt het?

Ook voordat het associatieverdrag op 1 januari grotendeels al in werking trad, ging er al veel geld naar Oekraïne. Via het IMF gaat er al bijna 16 miljard euro aan leningen naar Oekraïne en ook de EU steunde Oekraïne vóór het associatieverdrag al financieel.

In het associatieverdrag staat letterlijk het volgende: ‘Oekraïne komt in aanmerking voor financiële bijstand via de relevante EU-mechanismen en -instrumenten voor financiering.’ De Europese Commissie heeft berekend dat de steun aan het in economische problemen verkerende land op de korte en middellange termijn minimaal 11 miljard euro kan bedragen. Dit geld komt voor een klein deel uit de lopende EU-begroting en vooral van leningen door instellingen EIB en EBRD. Nederland betaalt vaste bijdragen aan de EU en die instellingen en hoeft voor financiële steun aan Oekraïne dus niet apart geld vrij te maken.

Conclusie

In het associatieverdrag staat wel degelijk dat Oekraïne in aanmerking komt voor financiële steun uit de EU. Dit geld komt uit bestaande potjes en Nederland hoeft er geen extra geld voor vrij te maken. De bewering van premier Rutte klopt dus als het om Nederlands geld gaat, maar niet als het over ‘meer geld’ in het algemeen gaat. Daarom beoordelen we de uitspraak als grotendeels onwaar.

Stelling 2. ‘Oekraïeners mogen door verdrag straks niet visumvrij reizen’

De aanleiding

Minister Koenders van Buitenlandse Zaken voert ook campagne voor het EU-associatieverdrag met Oekraïne. In een interview met de kranten van Wegener werd hem het volgende voorgelegd: ‘straks mogen Oekraïeners ook visumvrij reizen’.

„Dat is óók al onzin. Er is geen verband”, reageerde de minister. We checken of Oekraïeners straks inderdaad niet vrij mogen reizen én of er inderdaad geen verband is met het associatieverdrag.

En, klopt het?

Redacteur Bart Nijman van GeenStijl twitterde al snel dat Koenders had gelogen in de Wegenerkranten. Hij voegde er een link bij naar een bericht waarin president Porosjenko van Oekraïne aankondigt dat de Europese Commissie dit voorjaar voorstellen doet voor een visumvrije regeling voor de Oekraïeners. Oftewel: Koenders liegt.

Maar is dat zo? Het ligt genuanceerder. In het associatieverdrag worden eerder gemaakte afspraken tussen de EU en Oekraïne over visumvrij reizen herbevestigd. Ook zonder het verdrag liggen die afspraken er dus. Daarom zegt Koenders dat er geen verband is.

Visumvrij reizen houdt overigens niet in dat Oekraïeners in de EU mogen werken. Ze mogen dan zonder visum maximaal negentig dagen in de EU verblijven.

Conclusie

Op de bewering dat Oekraïeners straks visumvrij mogen reizen reageerde Koenders met te zeggen dat dat onzin is. Daarin heeft hij ongelijk. Oekraïeners mogen straks wel degelijk visumvrij reizen. Maar Koenders voegde aan zijn antwoord toe dat er geen verband is tussen het associatieverdrag en de visumvrije regeling. Daarin heeft hij grotendeels gelijk, het gaat in het verdrag alleen om een bevestiging van al gemaakte afspraken. Al met al komen we tot grotendeels onwaar.

Stelling 3. ‘Er komen massaal goedkope arbeidskrachten Europa in’

De aanleiding

Fractievoorzitter Emile Roemer van de SP ging op maandag 21 maart bij Nieuwsuur in debat met zijn collega Diederik Samsom van de PvdA over het associatieverdrag met Oekraïne. Door dit verdrag komen er „heel veel goedkope arbeidskrachten Europa in”, zei Roemer. In verband hiermee voegde hij eraan toe dat het een van de „grootste doelstellingen” van het associatieverdrag is om het visumvrije verkeer snel te regelen. „Dat betekent dat ze massaal deze kant op komen”, zei Roemer. Klopt dat?

En, klopt het?

Ook Emile Roemer haalt het vrije verkeer van werknemers binnen de EU en het instellen van een visumvrije regeling voor burgers uit Oekraïne door elkaar. In het associatieverdrag worden bestaande afspraken over het afschaffen van de visumplicht voor kort verblijf herbevestigd. Met het verdrag treedt Oekraïne echter niet toe tot de landen die overeenstemming hebben bereikt over vrij verkeer van werknemers in de EU. Dat is voorbehouden aan lidstaten. Als ze net lid zijn geworden gelden er bovendien vaak eerst lange overgangstermijnen voordat landen volledig aan dit vrije verkeer van werknemers mogen deelnemen.

Conclusie

Oekraïne treedt met het associatieverdrag niet toe tot het vrije verkeer van werknemers in de EU. Roemers bewering beoordelen we dan ook als onwaar.