Kinderboerderij

Ik was nog nooit naar een kinderboerderij gegaan, maar zaterdag was het dan zo ver. Het was nog een Duitse kinderboerderij ook – Tiergarten Kleve – maar daar merkte je niets van: de meeste bezoekers kwamen gewoon uit Nederland. Even daarvoor hadden we ontdekt dat het bezoeken van een vreemde stad – Kleef – met een baby toch zijn beperkingen kent. Aan Kleef lag het niet: terwijl Nederlandse binnensteden door leegstand steeds meer ogen als een gebit waaruit lukraak wat tanden zijn getrokken waren hier nog geen gaatjes te bespeuren. Het was twee stappen vooruit en drie terug geweest met een kind dat haar speentje om de paar meter uit de kinderwagen gooide, waarvan een keer in het rieten geldmandje van een Roemeens straatorkest dat de muziek even onderbrak toen ik onze speen eruit pakte.

Terug naar Nederland passeerden we die enorme kinderboerderij en voor we het wisten betraden we een veld met overspannen ouders en ‘meer dan zeshonderd verschillende huisdieren’. Het eerste ‘huisdier’ dat we zagen was de zeehond. Het was voedertijd en dus dringen rondom het bassin. Uit de speakers kwam klassieke muziek, een dik meisje met twee emmers riep „Achtung!” terwijl ze dode vissen richting zeehond slingerde. Een vader duwde ons bijna met kar en al het water in terwijl hij zich in vreemde bochten wrong om de reactie van zijn kind op het gevoeder te filmen.

Daarna bezochten we een dromedaris, drie ezels, een lama en de geitenwei. De dieren begroetten ons enthousiast. Agressief enthousiast zelfs. Door de kartonnen doosjes met brokjes die je bij de kassa kon kopen waren ook de dieren behept met een verwachtingspatroon. Behalve dan de kangoeroes, die waren dusdanig overvoederd dat er geen beweging meer in te krijgen was. Een groepje kleuters gooide ze de brokjes vol in het gezicht, maar zelfs dat hielp niet.

„Wat een kut-kangoeroes”, zei een vader uit Heteren. Hij kwam hier regelmatig omdat het goedkoper was dan Burgers’ Zoo in Arnhem en ook omdat je in dit stukje Duitsland gewoon Nederlands kon praten. „Als de hele EU zo was hadden we geen probleem”, zei hij. „Maar dat is niet zo, dus mijn standpunt is: Nederland, bouw in godsnaam een muur om jezelf heen.”

Bij de uitgang werden we besprongen door een enorm schaap dat het gebit in de stang van de kinderwagen zette. Wij meteen in paniek, in dat stadium zitten we nog, maar De Dochter vond voor het eerst iets prachtig. Ze klapte in de handjes van plezier. Was ik dat die filmde met de telefoon? Op de weg naar huis merkte ik dat ik gelukkig was.