In Barcelona gerijpte talenten stunten tegen Spanje

De Nederlandse mannenploeg van bondscoach Robin van Galen begint het olympisch kwalificatietoernooi in Triëst met een verrassing.

Bondscoach Robin van Galen ROBIN VAN LONKHUIJSEN/ANP

Twee landen waren in alle voorbeschouwingen een paar maten te groot voor de Nederlandse waterpoloërs: Italië en Spanje. De overwinning op Spanje (7-5), zondagavond in de openingswedstrijd van het olympisch kwalificatietoernooi in het Italiaanse Triëst, was dan ook niets minder dan een sensatie voor de ploeg van bondscoach Robin van Galen.

„Dit hadden we absoluut niet verwacht”, zei Van Galen via de telefoon. „Het is super als je van een grootmacht als Spanje wint. Ik denk dat het dertig jaar geleden is dat Nederland van de Spaanse mannenploeg wint. Dus we zijn heel blij dat we het toernooi zo goed beginnen.”

Nederland is in Triëst ingedeeld in een groep met Italië, Spanje, Kazachstan, Duitsland en Zuid-Afrika. „Vooraf weet je dat je die laatste drie landen zult moeten verslaan als je iets wilt op dit kwalificatietoernooi”, zei Van Galen. „Dit is een mooi begin, niks meer en niks minder. Als we maandagmiddag van Kazachstan verliezen, is deze zege op Spanje niks waard.”

Hoe groot de verrassing was voor Nederland, een uiterst jonge groep talenten die nog volop in opbouw is, blijkt uit een korte terugblik op het EK dat in januari in Belgrado werd gespeeld. Daar kreeg de ploeg van Van Galen in de laatste groepswedstrijd alle hoeken van het zwembad te zien: pas bij 15-4 vonden de Spanjaarden het toen genoeg in de immense Kombank Arena.

‘Ze hebben ons onderschat’

Van Galen had wel een verklaring voor het enorme verschil met de wedstrijd van zondag. „In Belgrado was het de laatste groepswedstrijd, en Spanje moet veel doelpunten maken om eerste te worden in de groep. Ik denk dat ze ons deze keer gewoon onderschat hebben. Je speelt acht wedstrijden in acht dagen hier, het is een loodzwaar toernooi. Ze dachten dat ze met een minimale inspanning van ons zouden winnen. Soms kun je een wedstrijd nog omdraaien als je je tegenstander hebt onderschat, maar dat lukte Spanje deze keer niet.”

Van Galen, de man achter het onverwachte goud met de vrouwenploeg in Beijing (2008), vond dat een compliment waard aan zijn team. „Wij hebben de jongste ploeg van het hele toernooi. Dan is het knap als je dan zo cool de wedstrijd uitspeelt.”

Van Galen stortte zich in 2013 op de noodlijdende mannenploeg, die zonder financiële steun van sportkoepel NOC*NSF in de krochten van het Europese waterpolo terecht was gekomen. Om de jonge Nederlandse talenten op topniveau te laten spelen koos Van Galen voor een bijzondere route: hij brengt zoveel mogelijk spelers onder bij topclubs in en rond Barcelona, in één van de sterkste competities van Europa. Nu spelen zeven Nederlandse internationals – de helft van de selectie – voor Catalaanse clubs. „Ik weet niet of ze na vandaag nog steeds zo blij zijn met de Nederlandse spelers”, sprak Van Galen met een glimlach. „Maar je ziet dat die jongens in de Spaanse competitie echt gegroeid zijn.”

Vaker stunts uitgehaald

De stunt in Triëst betekent nog niet dat Nederland ineens volop uitzicht heeft op de Spelen in Rio. Van Galen heeft altijd gezegd dat hij de kansen op olympische deelname in Brazilië op zo’n 25 procent inschat. Zijn focus ligt wat dat betreft meer op de Spelen van Tokio (2020). Tegelijkertijd beseffen de waterpoloërs zelf dat juist Van Galen wel vaker stunts heeft uitgehaald in zijn indrukwekkende loopbaan. Maar de bondscoach zal nooit te vroeg juichen. „Uiteindelijk gaat het om de kwartfinale, de zesde wedstrijd. Maar er is veel vertrouwen in de ploeg. Het zou geweldig zijn als we tweede in de poule konden worden. En dan nog speel je vrijdag een heel zware wedstrijd, tegen landen als Rusland, Frankrijk, Canada of Roemenië. Maar in de huidige vorm kunnen we kunnen die verslaan.”