Deze musical werkt met 3D-animaties als decor

Theatertechniek in 3D In de musical ‘SKY’ wordt gebruik gemaakt van animaties in 3D. De acteurs spelen dus voor een scherm. Hoe werkt dat in de praktijk?

Tijdens de repetities in de laatste week voor de première steken de silhouetten van technici, acteurs en theatermedewerkers op het podium donker af tegen het lichtgevende videoscherm achter hen. Als straks de theaterlichten aan gaan, moet dit contrast tussen videobeeld en acteurs van vlees en bloed helemaal wegvallen. Na de kolossale fysieke theaterdecors van Soldaat van Oranje en Anne werkt de musical Sky, van dezelfde producent, voor het overgrote deel met 3D-animatie als decor. Het publiek draagt, net als in de bioscoop, brilletjes om het 3D-effect te kunnen zien. De acteurs spelen voor een videoscherm.

Theater in 3D – wat betekent dat? Is theater niet altijd al driedimensionaal? Volgens producent Robin de Levita, die meer dan honderd theater-, musical- en televisieproducties op zijn naam heeft staan, valt dat wel mee. „In het decor werk je altijd met de illusie van diepte. Je kunt ergens een raam neerzetten, maar daar kun je moeilijk in de verte nog een vogel achter laten vliegen.” De mogelijkheden met 3D-animaties daarentegen zijn eindeloos: alle denkbare fantasiewerelden zijn te animeren. Dat is tegelijkertijd het gevaar, beaamt De Levita: creativiteit floreert vaak juist binnen beperkingen. De onbeperkte mogelijkheden ziet hij als eenomgekeerde uitdaging: „Er zijn geen beperkingen meer, de uitdaging is nu discipline. Het verhaal moet voorop blijven staan. Het moet absoluut geen kermis worden.”

De animaties komen uit de koker van het Poolse bedrijf Platige, dat veel ervaring heeft met het maken van 3D-animaties voor film. Het heeft daarnaast een afdeling voor het maken van computeranimaties voor theaterproducties. Het produceerde eerder onder andere de 3D-musicals Romeo & Juliet en Polita. Volgens Rafal Sadowy, hoofd van de theaterafdeling, vraagt het animeren voor theater om een andere aanpak dan voor film.

Alles kan. Maar het mag geen kermis worden

Producent Robin de Levita

„Fotorealisme werkt niet op toneel, mensen weten dat ze naar een decor kijken en zouden die poging heel realistisch te lijken als storend ervaren. Daarom stileren we de objecten een beetje.”

En er is nog een ander verschil met het animeren voor theater ten opzichte van film. Sadowy: „Bij een film zijn de animaties op een gegeven moment af. Er is een heldere deadline. Bij theater ligt dat anders: dat is een levend organisme, zelfs tijdens de try-outs zijn we nog bezig om de animaties af te stemmen op het licht, de bewegingen van de acteurs en andere elementen op het podium.”

Deels wordt nog wel gebruik gemaakt van traditionele decorstukken. Hoe kies je dan wat echt moet zijn, en wat projectie? „Alles wat de acteurs aanraken moet echt zijn”, zegt De Levita. De rest mag animatie zijn. De acteurs dragen zelf geen 3D-brillen. Zij zien in plaats van driedimensionale animaties dus een wat wazig beeld. „Maar acteurs zijn gewend te spelen in een illusie, dat is hun vak”, verklaart De Levita. „Het publiek ziet alleen het decor en de spelers, maar wat denk je dat de acteurs zien? Die kijken recht in de rommel van de coulissen.”

Hoofdrolspeelster Lisse Knaapen heeft door het drukke voorbereidingsschema de animaties nog niet kunnen zien. Dat ze zelf, zonder 3D-bril op het podium, de projecties tijdens het spelen niet helder kan zien vindt ze geen probleem. „Als acteur probeer je toch altijd zoveel mogelijk richting het publiek te spelen, met je rug naar het decor.”