‘Ik heb geen bucketlist meer’

Louis Zaal (60) zag tegelijkertijd met zijn bedrijf zijn gezondheid achteruit gaan. ‘Je kunt je afvragen: waarom overkomt mijn buurman dit niet? Maar zoiets denk je alleen als je het gevoel hebt dat je leven mislukt is.’

Louis Zaal Foto Frank Ruiter

‘Vlak voor Kerst had ik moeite met lezen en schrijven. Ineens kon ik de letter L niet meer vinden op het toetsenbord. Ik ging voor een controle naar het ziekenhuis. Na een scan bleken er tumoren in mijn hersenen te zitten. Precies op de plekken waar het spraak- en leesgedeelte zit.”

Het was de tweede keer dat Louis Zaal (60) slecht nieuws te horen kreeg. „Maar dit keer zei de arts: dit gaat niet goed, dit kunnen we niet meer genezen.”

In september 2013 kreeg de oprichter en voormalig directeur van fotoagentschap Hollandse Hoogte voor het eerst te horen dat hij kanker had. Er bleken twee tumoren in zijn rechterlong te zitten. „Het was stadium 4. Bij zo’n agressieve vorm zijn er cellen die, als het ware, tot explosie kunnen komen. Een soort brandhaarden.”

Hij werd bestraald en kreeg een chemokuur. Het sloeg aan. Verrassend goed zelfs. In mei 2014 ging hij alweer met zijn vrouw Truida op een roadtrip door Portugal. Begin 2015 trokken ze samen bijna negen weken door Thailand en Cambodja. Over de longfoto die kort na terugkomst werd gemaakt, schreef hij in een groepsmail aan familie en vrienden: „Het was de meest eenvoudige foto, maar de arts was verrast hoe weinig er nog te zien is van de tumor.” Twee maanden later volgde via de mail alweer een positief bericht: „Niets hoeft ons ervan te weerhouden weer aan de rol te gaan. Half mei gaan we in de cabriolet naar Zuid-Frankrijk en Italië, vooral Sicilië. Allerlei vrienden opzoeken en zwerven over ’s heeren wegen.”

Inmiddels is Zaal, die in februari vijf dagen werd bestraald en inmiddels alweer een tweede chemokuur achter de rug heeft, zich aan het voorbereiden op zijn naderende dood. Hij blijft er, genietend van een bruine boterham met kaas in zijn huis in Amsterdam-Noord, opvallend rustig onder. „De artsen denken dat deze behandeling de groei van de cellen kan tegenhouden. Maar het lijkt erop dat het binnen een jaar afgelopen zal zijn.” Dat afwachten vindt hij een lastige opgave. „Je wilt toch verder met leven, afspraken maken. Trui en ik zijn kort geleden naar Valencia gegaan en we willen nog met onze nieuwe patrouilleboot naar Berlijn varen.”

Zaal stopte met werken kort voordat hij ziek werd. In januari 2013 kondigde hij, na 28 jaar aan het hoofd te hebben gestaan van de grootste fotoleverancier aan kranten en tijdschriften in Nederland, zijn vertrek aan bij Hollandse Hoogte. In zijn afscheidsmail schreef hij: „Ik heb bijna 40 jaar gewerkt. En het is dus nu tijd om eerst een tijdje te gaan lanterfanten.”

‘Misschien wil ik een feest organiseren waar ik zelf nog bij kan zijn’

Maar helaas, dat werd hem nauwelijks gegund. ‘Heb je een leven lang hard gewerkt, kan je het ervan gaan nemen, en dan ga je dood.’ Dat zelfbeklag hoorde Zaal toen hij in 2013 in het ziekenhuis op zaal lag met een aantal andere mannen. „Allemaal rokers en allemaal van mijn leeftijd.” Zelf heeft hij van jongsaf gerookt, altijd shag. „Dus het is bij mij wel duidelijk waar het vandaan komt.” Maar verbitterd, zoals zijn medepatiënten, is hij daar niet over. Wel was hij boos toen een goede vriendin longkanker kreeg. „Nooit gerookt, altijd haar stem voluit gebruikt, want ze kon zingen als een engeltje.” Dat vond hij onrechtvaardig. En dan zijn er mensen die veel slordiger met hun leven omgaan. „Die zuipen zich te pletter en zijn toch al 74. Maar ik weet dat het zinloze gedachten zijn.”

Toch vindt hij dat je het noodlot niet op jezelf moet betrekken. „Je kunt wel denken: ‘Ik ben geslagen met dit oordeel’, of: ‘Waarom overkomt mijn buurman dit niet?’ Maar in zo’n houding zit een onverwerkte vorm van agressie. Zoiets denk je toch als je het gevoel hebt dat je leven mislukt is. Dat heb ik gelukkig niet. Ik heb geen bucketlist meer af te werken.”

Voor hem en zijn vrouw Truida staat de kwaliteit van leven voorop, ook nu hij een chemokuur ondergaat. „Ik ben erg moe, maar lichamelijk gaat het best goed. Ik lees veel en Trui en ik organiseren etentjes met oud-collega’s en fotografen. We hebben er nu al twaalf gehad. Dat zijn bijzonder genoeglijke avonden. Ik ben onder de indruk van wat ik terugkrijg van al die fotografen. Ik kom er nu achter dat Hollandse Hoogte belangrijk is geweest en dat ik, hoe onbescheiden dat ook moge klinken, daar een belangrijke rol in heb gespeeld.”

Er voor de ander zijn, dat is een diepgewortelde gewoonte van Zaal. „Mijn broers en zus hebben dat ook. Ik heb ook nooit iemand bewust bedonderd.” Als op een na jongste kind afkomstig uit een groot katholiek gezin – vier broers en een zus – groeide Zaal op in Graft-De Rijp, midden in de Nederlandse provincie Noord-Holland. „Sinds ik me kan herinneren werd ik omringd door anderen. Toen ik twaalf was, ging ik naar internaat Stapelen in Boxtel. Overdag zat ik op een gemengde school in het dorp, in de middag keerde ik terug naar het internaat. Daar at, sliep en studeerde ik samen met 42 andere jongens. Het was er prima, maar ik moest er na vier jaar weer af omdat het te duur was. Maar sociaal werd je er wel van.”

En nog steeds wil hij zorgen voor zijn omgeving. Vandaar ook die mails naar vrienden en familie over zijn gezondheid. „Ik wil mijzelf niet exploiteren. Die update is een samenvatting, ook voor mezelf, het zijn geen filosofische gedachten, ik probeer de toon los te houden.” Hij ziet het als een manier om mensen de ruimte te geven om het over zijn ziekte en komende dood te hebben. „Je merkt dat sommige mensen dat lastig vinden, die spelen soms liever verstoppertje. Maar ik wil juist de tijd die mij gegeven is nog maximaal benutten.”

Hij heeft al afspraken gemaakt met de behandelende artsen over euthanasie. „Nu voel ik me nog goed, maar straks zal het slechter gaan. Dan wordt de uitdaging om naar het toilet te gaan even groot als het maken van een reis naar India.” Tegen die periode ziet hij op. „Hoe ga je om met de pijn? Ik knijp hem als een ouwe dief.” Ook met de begrafenisondernemer heeft hij al afspraken gemaakt. „Samen met Truida heb ik een graf uitgekozen naast het kerkje van Buiksloot, het oudste monument van Amsterdam-Noord.”

Hij overweegt nog iets anders. Althans, hij speelt met de gedachte. „Misschien wil ik een feest organiseren waar ik zelf nog bij kan zijn. Maar dat vind ik wel moeilijk om te beslissen. Wil ik dat mensen me dan nog gaan toespreken? Daar ben ik nog niet uit. Ik vind het een lastige afweging, maar ik denk wel: waarom doen we dit niet samen?”

Hij heeft in ieder geval besloten om binnenkort een videoboodschap te maken. Daar moet hij een beetje om grinniken. „De meeste mensen weten wel dat ik graag het laatste woord heb.”