Ga niet stemmen, boycot alle referenda

Referenda, met hun mediaspektakel, zijn een stap op weg naar een democratie met emotiemanipulatie, schrijft Paul Steenhuis over het Oekraïnereferendum.

Illustraties Paul Steenhuis Illustraties Paul Steenhuis

Ik wil vandaag graag de campagne beginnen: stem niet op 6 april. Naarmate de datum van het raadgevend referendum over het samenwerkingsakkoord met Oekraïne nadert, lijken alle campagnes, opinies en informatie erover alleen nog maar te gaan over de keuze: stem je voor of tegen? Ja of nee stemmen – tot die keuze beperkt zich het steeds opgewondener gekakel over het referendum voornamelijk.

Terwijl niet gaan stemmen de beste optie is bij dit referendum. En eigenlijk bij elk referendum. Opwinding creëren over één onderwerp, daarover in een simpel ja-nee model de ‘volkswil’ peilen – en dat steeds maar weer, en in steeds dwingender mate.

Dat is de natte droom van de voorstanders van ‘directe democratie’ zoals Thierry Baudet en zijn Burgercomité. En niet alleen van Baudet en GeenStijl die met GeenPeil de benodigde handtekeningen binnenhaalden om dit raadgevend referendum te beginnen.

De deur voor dit soort volksraadplegingen in Nederland is vorig jaar opengezet door de PvdA, D66 en GroenLinks, in samenwerking met de PVV. Het was Wilders’ partij die in 2014 de langgekoesterde wens van de linkse partijen voor referenda nieuw leven inblies en voor de meerderheid in de Kamer zorgde, zodat er nu een wet is die dit soort raadgevende referenda mogelijk maakt.

Het Oekraïnereferendum is raadgevend; het is een advies aan regering en parlement over wat het geraadpleegde volk op dit moment denkt – misschien is voelt een beter woord – over dit ene onderwerp. Regering en parlement hoeven dat advies niet op te volgen. En als de opkomst niet 30 procent van de kiezers is, is het advies niet geldig. Opwinding en net doen alsof alleen ja of nee stemmen van belang is, speelt dus de referendumlovers in de kaart.

De referendumliefhebbende politieke partijen zijn ook nog bezig om een nog strikter systeem van volksraadpleging in te voeren: er ligt een voorstel in de Kamer om bindende correctieve referenda in te voeren. Waarbij het volk per referendum achteraf steeds een al door de volksvertegenwoordiging genomen besluit terug kan draaien. Bindend.

Mij lijkt dat uitholling van de representatieve democratie.

Ik ben tegen het middel van de volksraadpleging, omdat zo’n systeem van referenda over steeds aparte, geïsoleerde onderwerpen, het emotionalisme in de politiek doet oplaaien. Natuurlijk is emotie, betrokkenheid bij de politiek, bij de democratie van belang. Maar, aldus de Hongaarse rechtsgeleerde en rechter van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens András Sajó, geciteerd in het boek Weerbare Democratie van Bastiaan Rijpkema: „Democratie, speciaal die met een representatieve bestuursvorm, is ontworpen als een karakteristiek niet-emotionele institutie.”

Mediabedrijf GeenStijl vaart wel bij al deze emoties

Dit referendum gaat niet over Oekraïne. Het gaat het organiserend Burgercomité om wantrouwen tegen de Europese Unie. Zoals ze in NRC zeiden: „Oekraïne kan ons niets schelen.” De voorstemmers gaat het om vertrouwen in de EU. Het mediabedrijf achter de medeorganisator – website GeenStijl – vaart wel bij deze tegenstrijdige emoties.

Lees ook het interview met Van Dixhoorn en Van Houwelingen: ‘Oekraïne kan ons niets schelen’

In feite gaat dit referendum om de roep om referenda serieus te nemen. Om volksraadplegingen en alle loze opwinding daaromheen verder ingang te laten vinden in ons systeem van representatieve democratie.

Want, zeggen referendavoorstanders: de kloof tussen burger en politiek is te groot, en referenda zouden die onvrede weg kunnen nemen. Ik geloof daar niets van. Het tanend vertrouwen in de politiek wordt veroorzaakt, analyseerde het Nederlandse parlement zelf in 2009, door „toenemend incidentalisme in de politiek”, gevoed door de wisselwerking van media en politiek.

Het idee dat referenda dit wegnemen lijkt me daarom onjuist: referenda, met hun mediaspektakel, verhevigen en institutionaliseren incidentenpolitiek juist.

Wie denkt dat het een democratische plicht is om mee te doen aan dit Oekraïnereferendum (en dat vinden Baudet én Plasterk) zal stemmen voor het systeem van referenda, of ze nu voor of tegen het verdrag met Oekraïne zijn. En referenda, nu nog raadgevend straks bindend, zijn een stap op weg naar een democratie waarin emotiemanipulatie de boventoon voert. Het is tovenaarsleerlingpolitiek.

Dat pad wil ik niet op. Ik heb voldoende vertrouwen in de democratie in Nederland zoals die werkt met representatief gekozen volksvertegenwoordigers.

Ik hoef niet om de haverklap geraadpleegd te worden, om te horen wat het volk er nu weer even van vindt. Of voelt. Ik ga daarom niet stemmen voor het aanstaande raadgevend referendum over Oekraïne.

Stem niet. Dat is de belangrijkste stem om te laten horen op 6 april.

Recente opiniestukken over Europa 
Groot Europa is zwak Europa (Paul Scheffer, 1 april)
Voorbij, die tijd van lekker besturen zonder debat (Peter van Ham, 31 maart)
Ik koester mijn vrijheid en stem ‘ja’ (Jeanine Hennis-Plasschaert, 31 maart)
Veilig Europa is nu houtje-touwtje werk (Piet van Reenen, 26 maart)